zaterdag 26 september 2015

Steenrode en bruine heidelibellen


Rond deze tijd kun je volop heidelibellen zien zonnen op bospaadjes, boomstammen en muurtjes. Zelf kwam ik de steenrode en de bruine heidelibel tegen. Ze lijken erg op elkaar, maar de steenrode heidelibel heeft een zwarte streep langs het voorhoofd die langs de ogen naar beneden loopt. Bij de bruine heidelibel stopt de streep bij de ogen.


Sympetrum vulgatum
Steenrode heidelibel ♂

Sympetrum striolatum
Bruinrode heidelibel ♀



Groene rietcicaden aan het zonnen



Voorschoten


Onlangs stuitte ik in het riet en biezen op een aantal groene rietcicaden (Cicadella viridis). Deze algemene soort valt door haar kleine formaat (nog geen cm groot), haar groene (vrouwtje) of blauwgroene (man) vleugels en haar gedrag nauwelijks op. Al bij geringe beweging kunnen de insecten wegspringen naar een veiliger onderkomen. De larven rennen snel naar de onderzijde of schaduwzijde van de bladeren.
Groene rietcicaden leven van sappen van gras, riet en biezen en zijn vaak te vinden in graslandjes, langs slootkanten en in moerassen.


Cicadella viridis








donderdag 24 september 2015

Sluipwespjes



Onlangs op landgoed Duivenvoorde meerdere soorten sluipwespen gezien. Het op naam brengen is niet gemakkelijk: in Nederland en België komen er zo'n 2000 soorten voor. Hoewel de volwassen dieren graag nectar nuttigen, zijn de larven echte predators. Het vrouwtje van een sluipwesp heeft meestal een lange legboor en legt daarmee haar eitjes in, op of bij rupsen, vlinders en andere insecten. Sommige soorten deponeren hun eitjes zelfs in insecteneieren. Als de larven uitkomen, zitten ze letterlijk op of in hun eten.


Vroeger werden sluipwespen tot de parasieten gerekend. Tegenwoordig vallen ze onder de parasitoïden. Een parasiet leeft van zijn gastheer, maar heeft er belang bij om zijn gastheer in leven te laten. (Zoals de vlo een parasiet is). Een parasitoïde eet een gastheer op.




zondag 19 juli 2015

Wolkever



De wolkever (Lagria hirta) is een trage kever die zich voedt met stuifmeel en nectar. De larven bevinden zich in de humuslaag en doen zich tegoed aan rottend materiaal.



Wolkever - Lagria hirta


zondag 24 mei 2015

Struinen door de Duitse Eifel


Monschau


Onlangs weer eens de Duitse Eifel aangedaan. Dit keer was de uitvalsbasis de gastvrije camping Perlenau, te Monschau. Natuurlijk eerst het tentje opgezet en als bewapening tegen de kou, dubbele slaapzakken en een wintertrui. Dat was dan ook hard nodig:-p In de directe omgeving starten verschillende wandelroutes door de uitgestrekte bossen, langs kabbelende bergbeekjes en door de uitgestrekte velden. Vooral een aantal wandelroutes (pdf) in het Perlenbach- en Fuhrtsbachtal waren zeer de moeite waard. Dit gebied staat vooral bekend om haar miljoenen wilde narcissen die rond half april in bloei staan.







dinsdag 12 mei 2015

Bijzondere stinzenplanten Amelisweerd


Bunnik


Langs de Kromme Rijn, in de gemeente Bunnik (Utrecht), licht het fraaie landgoed Amelisweerd. Rond deze tijd staan er vele stinzenplanten rijkelijk te bloeien.


Bostulp - Tulipa sylvestris



De bostulp komt op Amelisweerd op diverse plaatsen voor. Meestal bloeit maximaal 10% van de planten, maar op Amelisweerd waren stukken waar het bolgewasje massaal in bloei stond. Mogelijk zijn deze bollen dus pas aangeplant, of is de grond behoorlijk omgewoeld geweest. Dat bevordert ook de bloei. De bostulp heeft een iets ander uiterlijk dan de meeste tulpen. Haar groengele kopje hangt totdat ze vol in bloei staat en dan ineens vouwt ze haar fraaie gele blaadjes rechtop woest en wijd open. Ook vermeerdert ze zich anders dan de meeste tulpen; niet bloeiende planten vormen lange wortelstokken waaraan uiteindelijk een nieuwe bol ontstaan.


De bostulp komt voornamelijk in Friesland en in mindere mate in Utrecht en in de kustgebieden voor. Ze is ooit vanuit Zuid Europa ingevoerd om landgoederen te verfraaien. Toentertijd waren tulpenbollen goud geld waard. De eerste vermelding in Nederland stamt uit 1770 bij Slot Hagestein te Vianen. De oudste vermelding uit Limburg is 1811.


Dubbele bosanemoon - Anemone nemorosa 'Vestal'

Kunnen gewone bosanemonen de bossen omtoveren tot een wit tapijt met een soms rossige gloed, de dubbele bosanemoon zijn nóg intenser wit. Dit fraaie wortelstokplantje werd in de 19e eeuw door de Duitse botanicus Maximilian Leichtlin (1831-1910) voor het eerst geïntroduceerd. Ze kan zich alleen door de wortelstokken vermeerderen en bloeit net iets later dan de gewone bosanemoon.



Wilde hyacint - Hyacinthoides non-scripta (Scilla non-scripta)

Wanneer dit bolgewasje zich thuisvoelt, kan ze zich massaal uitbreiden en hele bossen omtoveren met haar prachtige blauwe gloed. Botanici zijn het er nog steeds niet over eens of de wilde hyacint in Nederland (in de duingebieden) inheems is. Ze is echter op veel landgoederen aangeplant en behoort hier dan ook tot de stinzenplanten. De echte wilde hyacint geurt en heeft tot 1cm brede bladeren. De top van de bloemsteel hangt met haar bloemen naar 1 kant voorover gebogen. In Nederland komt de wilde hyacint in zuivere vorm nauwelijks meer voor. Ze heeft zich in de loop der tijd veelal gekruist met de eveneens aangeplante Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica). De bladeren van Spaanse hyacint zijn ongeveer 1.5cm breed, de bloemen reukloos en de bloeiwijze rechtop gericht.



Dichternarcis of witte narcis - Narcissus poeticus

De witte narcis komt oorspronkelijk uit Zuid Europa. De Narcissus poeticus var. recurvus (N. poeticus 'pheasant's eye) is de wilde en geurende variant met een groenige bloemkern. In Nederland is vooral ook de cultivar Narcissus poeticus 'Actea' aangeplant. Deze geurt niet, de bloemen zijn groter en hebben geen groenige kern.










woensdag 29 april 2015

Eerste orchideeën in bloei; harlekijntje


Oostvoorne


Onlangs weer eens naar de heemtuin Tenellaplas in Oostvoorne geweest. Naast vele dotterbloemen, kievitsbloemen, zomerklokjes en 3 soorten sleutelbloemen stonden al enkele harlekijntjes (Anacamptis morio) te bloeien.




Het harlekijntje is één van de vroegst bloeiende orchideeën van ons land. Eind april steekt ze haar eerste bloeiaartjes boven de grond. Het gaat echter zeer slecht met deze zeldzame orchidee. Kwam ze vroeger in heel Nederland voor, haar verspreidingsgebied is in de laatste eeuw met ongeveer 90% achteruit gegaan. Ontwatering, bemesting en intensivering van de veeteelt zijn de grootste bedreigingen. De polderlanden van Texel zijn voor het harlekijntje echter nog steeds één van de belangrijkste groeigebieden van Noordwest-Europa.


Tenellaplas:
links: Slanke sleutelbloem
rechtsboven: Dotterbloem
rechtsonder: Harlekijntje


zondag 12 april 2015

Oosters blauw op Clingendael

Den Haag


Landgoed Clingendael in Den haag staat bekend om haar exotische Japanse tuin. Het park zelf is echter ook erg fraai. Kort geleden stuitte ik op een 250-tal bloeiende Oosterse anemonen (Anemone blanda). Haar flinterdunne kroonblaadjes wuifden sierlijk in de wind tussen het groene bladerdek.
De Oosterse anemoon lijkt sprekend op de blauwe anemoon (Anemone apennina), maar bij de eerste zijn de onderzijde van de bloemblaadjes onbehaard, zijn de ingesneden grondbladen niet van een steeltje tussen de slippen voorzien en heeft zij wortelknollen en geen wortelstokken.
Oorspronkelijk komt de Oosterse anemoon uit het oostelijke deel van het Middellandse zeegebied. Zij werd pas in 1898 in Engeland ingevoerd en sindsdien is ze op landgoederen gestaag aan een opmars bezig als een nieuwe stinzenplant.











IJsvogeltjes blij met kwakkelwinter



Het mannetje heeft een zwarte snavel
De snavel van het vrouwtje is zwart-rood/oranje gekleurd

Het gaat de laatste jaren erg goed met het ijsvogelbestand in Nederland . Niet alleen is de waterkwaliteit en de leefomgeving van het diertje verbeterd, vooral de kwakkelende winters zorgen voor een toename. Want ondanks dat haar naam anders doet vermoeden, heeft het ijsvogeltje letterlijk een broertje dood aan de kou. Wanneer er ijs ligt, houden onze ijsvogeltjes zich op bij windwakken en ander open water om een visje te verschalken. Als deze echter dichtgevroren zijn, is het voor hun te laat om ver weg te trekken naar het zuiden. Zodoende kan het aantal broedpaar na elfstedentochtwinters drastisch teruglopen tot onder de 50. 2007 was een topjaar voor het galante diertje, met zo'n 1000 paar. Na een kouwelijke inzinking tot zo'n 300 paar in 2012, fokt de vogel zich weer meerdere keren per jaar een weg omhoog. Wanneer u langs beekjes, slootjes of vijverpartijen wandelt, let dan vooral op het geluid van het diertje.Grote kans om dit wonderschone vogeltje dan te kunnen zien.








zaterdag 4 april 2015

Lenteklokjes doen het goed op landgoed Dordwijk



Dordrecht



Landgoed Dordwijk

Onlangs weer eens terug geweest naar het fraaie landgoed Dordwijk in Dordrecht, waar we in 2008 een paar duizend lenteklokjes hadden aangeplant. Lenteklokjes, behorende tot de stinzenplanten, slaan soms lastig aan. Het was dan ook wel fraai om de vele bolgewasjes in bloei te zien staan. Naast de 'pas' aangeplante soorten, groeien op het landgoed vooral veel winterakonieten en gewone en gevulde sneeuwklokjes.


Lenteklokjes zijn één van de vroegst bloeiende planten in Nederand.
Ze tonen hun groen gepunte, witte kroontjes al in februari.

Gevuld sneeuwklokje en winterakoniet op Dordwijk

Boerenkrokus (Crocus tommasinianus) en Oosterse sterhyacint (Scilla syberica)