zondag 12 april 2015

IJsvogeltjes blij met kwakkelwinter



Het mannetje heeft een zwarte snavel
De snavel van het vrouwtje is zwart-rood/oranje gekleurd

Het gaat de laatste jaren erg goed met het ijsvogelbestand in Nederland . Niet alleen is de waterkwaliteit en de leefomgeving van het diertje verbeterd, vooral de kwakkelende winters zorgen voor een toename. Want ondanks dat haar naam anders doet vermoeden, heeft het ijsvogeltje letterlijk een broertje dood aan de kou. Wanneer er ijs ligt, houden onze ijsvogeltjes zich op bij windwakken en ander open water om een visje te verschalken. Als deze echter dichtgevroren zijn, is het voor hun te laat om ver weg te trekken naar het zuiden. Zodoende kan het aantal broedpaar na elfstedentochtwinters drastisch teruglopen tot onder de 50. 2007 was een topjaar voor het galante diertje, met zo'n 1000 paar. Na een kouwelijke inzinking tot zo'n 300 paar in 2012, fokt de vogel zich weer meerdere keren per jaar een weg omhoog. Wanneer u langs beekjes, slootjes of vijverpartijen wandelt, let dan vooral op het geluid van het diertje.Grote kans om dit wonderschone vogeltje dan te kunnen zien.








zaterdag 4 april 2015

Lenteklokjes doen het goed op landgoed Dordwijk



Dordrecht



Landgoed Dordwijk

Onlangs weer eens terug geweest naar het fraaie landgoed Dordwijk in Dordrecht, waar we in 2008 een paar duizend lenteklokjes hadden aangeplant. Lenteklokjes, behorende tot de stinzenplanten, slaan soms lastig aan. Het was dan ook wel fraai om de vele bolgewasjes in bloei te zien staan. Naast de 'pas' aangeplante soorten, groeien op het landgoed vooral veel winterakonieten en gewone en gevulde sneeuwklokjes.


Lenteklokjes zijn één van de vroegst bloeiende planten in Nederand.
Ze tonen hun groen gepunte, witte kroontjes al in februari.

Gevuld sneeuwklokje en winterakoniet op Dordwijk

Boerenkrokus (Crocus tommasinianus) en Oosterse sterhyacint (Scilla syberica)



maandag 16 maart 2015

Stinzentocht op landgoed Elswout


Overveen


Onder de rook van Haarlem, tegen de duinen van Bloemendaal, ligt het fraaie landgoed Elswout. Het 85 ha grote gebied is eigendom van Staatsbosbeheer en herbergt een grote rijkdom aan stinzenplanten. Soorten die er voorkomen (pdf) zijn onder andere de bosanemoon, blauwe anemoon, daslook en winterakoniet.

Landgoed Elswout

Sneeuwklokjes

Op Elswout komen verschillende sneeuwklokjessoorten voor. Tijdens de stinzentocht stuitten we op 3 soorten


Dubbel sneeuwklokje - Galanthus ‘Flore pleno’

Deze cultivar wordt al sinds 1703 gekweekt en begint iets later met bloeien dan de start van de bloei van het gewone sneeuwklokje. Ze valt op afstand net iets meer op door haar forsheid van de witte ‘hoepelrok’.

links: Galanthus 'Flore Pleno'
rechts: Galanthus nivalis


Sneeuwklokje – Galanthus nivalis

Sneeuwklokjes zijn inheems in Centraal en Zuid Europa en ze werd al eeuwen geleden naar Nederland gehaald om kloostertuinen en landgoederen op te vrolijken. Over het sneeuwklokje werd mogelijk voor het eerst geschreven in de 4e eeuw voor Christus. Toen nog aangeduid als Leucoion – witte viool. Er werden echter meerdere planten met deze naam aangeduid. In de 16e eeuw verschenen door de boekdrukkunst de eerste afbeeldingen van het sneeuwklokje en werd toen soms ook wel Narcissus genoemd. De Zweedse botanicus Linnaeus (1707-1778) maakte hier korte metten mee en bedacht de soort Galanthus nivalis. Leucoion werd door hem toegekend aan het lenteklokje en zomerklokje, onder de naam Leucojum. De naam Galanthus nivalis is afkomstig van het Grieks: gala (melk) en anthos (bloem) en het Latijs: nivalis (in de sneeuw bloeiend of sneeuwwit).


Glanzend sneeuwklokje – Galanthus woronowii


Galanthus woronowii

Galanthus woronowii werd in 1935 door een Russische botanicus gevonden. De naam is afkomstig van een Georgische plantenverzamelaar, genaamd Woronow. Oorspronkelijk komt dit plantje uit Georgië, Rusland en Turkije en hoewel ze zich goed vermeerdert, wordt ze uit bepaalde landen in grote aantallen uit het wild gehaald om aan de vraag te kunnen voldoen. Galanthus woronowii lijkt op de Galanthus ikarae. De eerstgenoemde heeft echter (licht)groen blad en is de groene vlek op de bloem minder dan de helft van het binnenste bloemblad. De ikarae heeft donkergroen blad en beslaat de groene vlek van de bloem minimaal de helft van het binnenste bloemblad.


Winterakoniet – Eranthis hyemalis

Al gedurende de winter steekt de winterakoniet haar kopje op en als de zon schijnt, ontvouwt ze haar glanzend gele bloempjes. Oorspronkelijk komt ze uit de Zuid-Europese bergstreken en groeit ze daar in loofbossen. In Nederland wordt ze sinds de 17e eeuw vermeld. Bij ons is ze oorspronkelijk aangeplant op landgoederen en in kloostertuinen. Eranthus hyemalis komt uit het Grieks: er (voorjaar), anthos (bloem) en hyemalis (in de winter bloeiend).


linksboven/rechtsonder: winterakoniet
linksonder en rechts: diverse krokus-cultivars.

Krokus


Op Elswout komen verschillende krokussoorten voor. Hier afgebeeld staat een cultivar van de bonte krokus (Crocus vernus) en een gecultiveerde gele krokus.






zaterdag 28 februari 2015

Niet elk sneeuwklokje is gelijk


Utrecht

Als de eerste sneeuwklokjes de kop opsteken, komt er weer kleur in de natuur. De dagen gaan lengen en iedereen lijkt uit hun winterslaap te komen om goed gemutst de nieuwe dag te begroeten. Niet voor niets werd dit bolgewasje al vanaf de middeleeuwen vanuit zuidelijker Europa naar Nederland gehaald om landgoederen en kloostertuinen op te vrolijken. Ze is dan ook echt een stinzenplant.


Zee van sneeuwklokjes op Nieuw Amelisweerd in Bunnik

Niet elk sneeuwklokje is hetzelfde. Er bestaan 20 soorten wilde sneeuwklokjes die binnen hun soort ook weer kleine afwijkingen kunnen hebben. Daarnaast zijn er honderden cultivars. In Nederland komt het gewone sneeuwklokje (Galanthus nivalis) het meeste voor. Daarnaast is de in 1731 in cultuur gebrachte dubbelbloemige variant Galanthus nivalis 'Flore Pleno' ook op veel landgoederen te vinden.

Galanthus nivalis 'Flore Pleno' (boven) en het gewone sneeuwklokje (G. nivalis)
bloeien rijkelijk op landgoed Oostbroek in de Bilt.

Minder algemene soorten die je op landgoederen kunt treffen zijn oa het in pollen groeiende groot sneeuwklokje (Galanthus elwesii) met haar brede, blauwgroene bladeren en forse bloemen en het glanzend sneeuwklokje (Galanthus woronowii) met haar lichtgroene, glanzende bladeren.

Boven: 
Groot sneeuwklokje (Galanthus elwesii var. monostrictus) op landgoed Sandwijck in de Bilt
Onder:
Glanzend sneeuwklokje (Galanthus woronowii) in de sneeuwklokjeslaan op 
Nieuw Amelisweerd in Bunnik



maandag 16 februari 2015

Struinen over Oud Groevenbeek en landgoed Staverden



Onlangs gefotografeerd en een wandelroute gelopen op landgoed Staverden te Gelderland. Een schitterende buitenplaats die bekend staat om haar witte pauwen.




Daarna de wandelroute Oud Groevenbeek aangedaan. Dit landgoed beschikte over haar eigen watertoren.






zaterdag 24 januari 2015

Mammoetbomen in Nederland; Reusachtige pubers


Eén van de meest indrukwekkendste boomsoorten van Nederland is toch wel de mammoetboom (Sequoiadendron giganteum). Bij ontdekking in de 1852 tijdens de Goldrush werd de soort vanuit Californië naar Europa gehaald om landgoederen, parken en privétuinen te verfraaien. De bijzondere boom deed het prima als sierelement in de in opmars komende Engelse landschapsstijl. Vergeleken met de duizenden jaren oude General Sherman in het Sequioa National Park te Californië, met een stamomtrek van ruim 31 meter en een hoogte van 83,8 meter zijn onze huidige mammoetjes nog maar pubers.

Landgoed Rhederoord

Toch kun je ook in Nederland genieten van reusachtige formaten. Op landgoed Rhederoord in het plaatsje De Steeg – nabij Arnhem – staan er meerdere van ongeveer 40 meter hoog. De dikste mammoetboom van dit landgoed heeft een stamomtrek van 6,8 meter.

Mammoetbomen landgoed Rhederoord

In Europa werd de mammoetboom als eerste in het Verenigd Koninkrijk aangeplant en hier zijn dan ook de grootste (meer dan 54 meter hoog) en dikste (tot meer dan 11 meter stamomtrek) exemplaren te vinden. De botanische tuin van Benmore in Schotland herbergt een schitterende mammoetlaan met 49 bomen van ongeveer 52 meter hoog. Respect voor deze pubers!


Benmore Botanic Garden





maandag 17 november 2014

Grijze zeehond heeft er genoeg van


Brouwersdam

Een aantal grijze zeehonden deden zich tegoed aan een vette paling. Ze werden echter telkens lastig gevallen door tientallen meeuwen die ook een maaltje vis naar binnen wilden werken. Eén zeehond had er zó genoeg van, dat hij een meter uit het water opdook en in de richting van de meeuwen hapte. Heel even konden de zeehonden in alle rust genieten van hun maaltje en toen begon alles weer van voren af aan.





zondag 16 november 2014

Dwalen over landgoed Gorp en Roovert



Vlak bij Hilvarenbeek, tegen de Belgische grens, ligt het 1200 ha grote landgoed Gorp en Roovert. Het is een afwisselend natuurgebied met bossen, vennen, cultuurland en heide. Dwars door het gebied stroomt het beekje Rovertse Leij, waar je het ijsvogeltje kunt spotten. Het is een heerlijk gebied om rond te dwalen.

Het neogotische jachthuis wordt ook wel Paradijske genoemd
In het bos groeiden pijpknotszwammen (Macrotyphula fistulosa)


Hazenpootje - Coprinus lagopus


De fraaie Gargano – 22 t/m 30 april 2014



Gargano


(voor fotovergrotingen klik op afbeeldingen op kingfisher's weblog)



map Gargano

Als een spoor aan de laars van Italië, tegen de Adriatische zee, ligt het dunbevolkte schiereiland Gargano. Het herbergt een ruige kustlijn met vele grotten, betoverende baaitjes en schilderachtige kustplaatsjes. Het bergachtige binnenland is deels dicht bebost, met als spil het 10.000ha grote natuurreservaat Foresta Umbra. De hoogste top van de Gargano is Monte Calvo en is 1055 meter hoog. In het binnenland lijkt de tijd te hebben stil gestaan. Hier tref je nog schaapherders aan die hun schapen en geiten op de bergweiden laten grazen. Deze bergweiden en vochtige bossen herbergen een enorme rijkdom aan orchideeën. De cijfers en letters op de kaart zijn enkele vindplaatsen van deze fraaie plantengroep. Mijn uitgangsbasis is het plaatsje Monte Sant’Angelo.



Op naar de Gargano

 Monte Sant'Angelo

Dinsdag 22 april was het zover. De vliegreis over de Mont Blanc via Milaan naar Bari verliep voorspoedig. In Bari een huurauto opgepikt om via de binnenlanden van Italië naar Monte Sant’Angelo te rijden. Monte Sant’Angelo is een bergdorpje dat via haarspeldbochten te bereiken is. Ik verbleef in het Palace Hotel San Michele, een eenvoudig maar goed hotel met een schitterend uitzicht over het lage land en de zee en op steenworp afstand van een fraai kasteel.

Monte Sant' Angelo

Het dorpje kent vele hoogteverschillen die je via trappetjes kunt overbruggen. Het geheel doet wat te heet gewassen en gekrompen aan; de paadjes zijn erg smal en ook de ingangen van winkeltjes en restaurantjes zijn nauwelijks breder dan de buitendeur. Als Nederlander was ik een bijzondere attractie voor de plaatselijke pizzeria. Het personeel dook over elkaar heen om te horen wat ik in zo’n afgelegen gebied te zoeken had.


Roadtrips

Dagelijks trok ik er met de auto opuit om de Gargano te ontdekken. Leidraad was grotendeels een reisbeschrijving over vindplaatsen van orchideeën. De onbegrijpelijke kaart probeerde zo goed mogelijk over te brengen op een gedetailleerde streekkaart en in de Tomtom. Op de meest afgelegen plaats en in de stromende regen kreeg ik natuurlijk een lekke band. De tyraps van de velgen heb ik met een stuk oud ijzer doorgesneden en uiteindelijk de reservewiel eronder gezet. De volgende dag op zoek gegaan naar een garage voor een nieuwe band. Ook dit was een hele onderneming, want in de bergdorpjes waren nauwelijks garages te vinden, sprak de bevolking geen fluit Engels en hadden ze nergens de juiste soort band. Uiteindelijk kon ik ergens een tweedehandse op de kop tikken.

Ophrys passionis subsp.garganica - Vroege spinnenorchis
Ophrys passionis subsp.garganica – Vroege spinnenorchis
Toch kon dit de pret niet drukken. Wat een adembenemend mooie omgeving, een immense uitgestrektheid en wat een weelde aan orchideeën!


Foresta Umbra

Eindelijk brak de zon door. Met de auto naar Foresta Umbra gereden. Langs de weg en in de heuvelachtige weiden naar het bos groeiden duizenden orchideeën. Het bladerdek van de eeuwenoude oerbomen met de enkeldikke klimoplianen was zó dicht, dat de temperatuur in het bos gemiddeld zo’n 7 graden lager was dan daarbuiten. Hier stuitte ik op enkele grijswitte orchideeën; het vogelnestje!

Foresta Umbra; Neottia nidus-avis - Vogelnestje
Foresta Umbra; Neottia nidus-avis – Vogelnestje


Torre di Porticello

Langs de kust van de Gargano staan tientallen eeuwenoude verdedigingstorens. De meeste liggen erg afgelegen en zijn nauwelijks toegankelijk. Ik heb onder andere deze fraaie Torre di Porticello bezocht. De lucht was bezwangerd met een zoete, kruidige geur en getooid met het getjilp van tientallen bijeneters. Enkele zandhagedissen lagen languit op de rotsen te zonnen.

Torre di Porticello met links op de oever een Trabucco
Torre di Porticello met links op de oever een Trabucco


Trabucco; visplatvorm

Een trabucco is een groot houten platvorm dat gebruikt wordt om mee te vissen. Oorspronkelijk werden ze gebouwd door oude vissers om zelf niet meer de woeste zee op te gaan. Aan het platvorm worden netten gehangen die middels een ingenieus systeem boven water worden getild.


Velden vol orchideeën 

links: Orchis purpurea - Purperorchis  midden: Orchis morio - Harlekijntje Rechts: Dactylorhiza romana - Romeinse orchis
links: Orchis purpurea – Purperorchis
midden: Orchis morio – Harlekijntje
Rechts: Dactylorhiza romana – Romeinse orchis


De Gargano is beroemd vanwege haar grote rijkdom aan orchideeën. Vooral op de wat meer afgelegen plekken, hoger de bergen in, waar de schaapherders hun kudde minder intensief laten grazen, is het een ware bloemenzee.

Orchis italica - Italiaanse orchis
Orchis italica – Italiaanse orchis

buitenkant: Orchis morio - harlekijntje midden: Orchis papilionacea - vlinderorchis
buitenkant: Orchis morio – harlekijntje
midden: Orchis papilionacea – vlinderorchis


Ophrys holoserica - hommelorchis
Ophrys holoserica – hommelorchis

Ophrys bertolonii - zadelophrys
Ophrys bertolonii – zadelophrys


Ophrys lutea species

Van de gele ophryssen bestaan een aantal erg op elkaar gelijkende ondersoorten, die ook in de Gargano voor komen. Ik kwam ze veelal tegen in wegbermen en in open bossen op stenig substraat.

links: Ophrys tenthredinifera - wolzweverophrys  midden: Aceras anthopophorum - poppenorchis Rechts: Ophrys lutea spec. - gele ophrys
links: Ophrys tenthredinifera – wolzweverophrys
midden: Aceras anthopophorum – poppenorchis
Rechts: Ophrys lutea spec. – gele ophrys


Tot slot

Aan al het goede komt een eind. Ik liet de Gargano met haar schitterende berglandschappen, sprookjesachtige bossen, haar ontelbare orchideeën en haar in gebrekkig en onbegrijpelijk Engels sprekende bevolking achter me. Met behulp van de Tomtom reed ik via landweggetjes door kruidige olijfboomgaarden en wijngaarden op weg naar het vliegveld in Bari. De doorgaande weg naar de afgelegen car rental was afgesloten, waardoor ik telkens weer op een doodlopend stuk uitkwam. Dan maar keren op de snelweg en eindelijk bereikte ik het verhuurbedrijf en werd ik met een shuttlebus op het vliegveld afgezet. Daar was het een gehaast om in te checken en moest ik uiteindelijk mijn 1-poot statief inleveren omdat dit als wapen kon worden gebruikt. Bij de overstap op Milaan werd ik gefouilleerd en namen ze met een doekje een zweettest af, om op drugs te controleren. De reis verliep verder voorspoedig. Het was weer een schitterende vakantie;  

Gargano, che bello!


Links: Aceras anthopophorum - poppenorchis  rechts: Orchis italica - Italiaanse orchis
Links: Aceras anthopophorum – poppenorchis
rechts: Orchis italica – Italiaanse orchis



zaterdag 4 oktober 2014

Blauwe schim over het water




Werkend langs een vijverpartij op een landgoed horen we vanuit de verte een nerveus geluidje dichterbij komen: Tititi-titi-tititi… Een blauwe schim schiet acrobatisch tussen overhangende bomen door en vliegt een paar rondjes over de vijver, om vervolgens op een tak naar het water te gaan zitten staren. Het staartje wipt wat nerveus op en neer. Dan richt ze zich op en in een fractie van een seconde duikt ze het water in, om vervolgens met een visje weer terug te keren naar de tak. Het is een ijsvogel die zich te goed doet aan een tiendoornig stekelbaarsje.




IJsvogels zijn schuwe vogeltjes die zich langs beekjes, rivieren en waterpartijen ophouden op jacht naar kleine visjes. Wanneer ze het water in duiken, schuift er een vliesje als een soort duikbril ter bescherming over het oog. IJsvogels broeden in steile kanten, waarin ze een nesthol graven. Het aantal broedparen in Nederland wisselt jaarlijks van 100 tot 800 paar. Omdat ze afhankelijk zijn van water, hebben ze het erg moeilijk met strenge winters, waardoor het aantal flink achteruit gaat. Daarentegen kunnen ze meerdere nesten per jaar grootbrengen. Mannetjesijsvogels hebben een zwarte snavel. De vrouwtjes hebben een geheel of gedeeltelijk oranje ondersnavel.