Posts tonen met het label Vogels kijken. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Vogels kijken. Alle posts tonen

maandag 16 mei 2016

Gambia 8: Good bye Gambia




Bye bye Gambia

Maandag 9 mei was de laatste vakantiedag. Al vroeg uit de veren voor een heerlijk ontbijt en vervolgens naar het Abuko Nature reserve gegaan. Mijn laatste blik op de prachtige natuur van Gambia. Na afscheid van Mustapha, de vogelgids, met Lamin de laatste duik in zee genomen. En wat voelde ik me rot na afloop, toen ik een man zielloos en met lege handen op het strand achterliet. Hij had geen geld meer om eten te kunnen kopen. (Zie inleiding.) Onderweg naar het hotel zaten twee vrouwen langs de kant die pinda’s verkochten. Ook hun had ik al die dagen afgewimpeld. Ik had immers geen trek in pinda’s. Door schuldgevoel kocht ik nu toch een paar zakjes en omdat ze beiden pinda’s verkochten en geen wisselgeld hadden om met elkaar te kunnen delen, ging mijn laatste 200 Dalasi op aan hun. Lamin, die erbij stond te kijken, begon in een vreemde taal een scheldkanonnade aan hun. Hij vertelde dat beide vrouwen al dagen over mij hadden lopen klagen, omdat ik zogenaamd niets over zou hebben voor de Gambianen. Hij had hun haarfijn de waarheid verteld en dat ze het eigenlijk niet waard waren om geld te krijgen.
Het voelde vreemd om Gambia te verlaten. Ik had in een korte tijd zoveel indrukken opgedaan en het proefde naar meer. Wat zal ik het missen, de korte praatjes met de beveiliging van het hotel, Beachbar Domino’s, het personeel en de reggae nights, de locals, de heerlijke zee, de vogeltripjes met Mustapha en natuurlijk mijn local-broertje Lamin. Aan hem had ik onder andere mijn klamboe gegeven. Voor Gambianen zijn dit soort dingen onbetaalbaar, maar in het regenseizoen o zo handig.’s Avonds laat vertrok het vliegtuig weer naar Nederland. Zal ik ooit nog terugkeren naar Gambia???



De toekomst

Het einde van de toeristenseizoen was in Kotu al aangebroken en veel andere hotels zullen volgen. Dan is het echt moeilijk voor de locals om rond te komen. In juni staat de regentijd voor de deur. Velen zullen soms meer dan 100 tot 200 km het land in trekken om op hun rijstvelden en couscousvelden te gaan werken. Met de komst van de regen steekt ook malaria weer de kop op. Mijn laatste dag was voor velen ook hun laatste dag in de omgeving en ze waren erg bedroefd. Zij hopen weer terug te keren in het nieuwe toeristenseizoen, rond oktober.
Gambia is erg afhankelijk van de import en er wordt weinig geëxporteerd. Dat maakt het land erg arm. Op de één of andere manier lijkt men meer bezig te zijn met de dag van morgen – het overleven – dan met de verdere toekomst. Hoe zonde is het om te horen dat de mango’s van de ontelbare mangobomen grotendeels liggen te rotten onder de bomen, omdat men zelf genoeg heeft. Daar lijkt men geld te laten liggen. Hier en daar loopt wel een kippetje, maar omdat de toerist graag kip eet, wordt veel vlees ingevoerd. Ook de eieren die in de schappen liggen komen uit het buitenland. Gambia is erg afhankelijk van het toerisme. Het zou dan ook goed zijn als het toerismeseizoen langer zou duren dan alleen van oktober tot mei. Verder is Gambia uitermate geschikt om te golfsurfen of kitesurfen. Dat gaat prima samen met reggae-party’s en de surfers schuwen slechter weer wat minder. Helaas hebben de strandtenten zelf geen geld voor dit soort investeringen en zie je dus geen surfers.

Van veel toeristen hoor ik dat ze al vaker in Gambia zijn geweest. Sommigen hebben zelfs een familie geadopteerd. Anderen helpen mee met vrijwilligersorganisaties of doneren goederen aan scholen. De Europese Unie en Westerse bedrijven doen ook meer en meer voor het land. Zo zijn een aantal hoofdwegen in het land met Europees geld opnieuw geasfalteerd, helpen Nederlandse bedrijven met zandsuppletie om de kust te versterken en helpen diverse organisaties mee om scholen te bouwen en het onderwijs te verbeteren. Tijdens de transfer naar het vliegveld bedankte Gambia Nederland dan ook hartelijk voor onze steun.








zaterdag 14 mei 2016

Gambia 5: De natuur in






Gambia birdwatching
Bergen afval bij de ingang van Brufut Woods
Mustapha wijst kinderen op de bijzondere natuur van Kampanti
 

Het hoofddoel van Gambia was om de natuur in te trekken. Door de grote variatie aan natuur – savannen, bos, mangroven, moerassen en rijstvelden – komen er zo’n 660 soorten vogels voor. Mijn doel was niet zozeer om als een bezetene zoveel mogelijk soorten te scoren, maar om te genieten van de omgeving en me te richten op natuurfotografie. Lamin nam me vooral op sleeptouw voor wandelingen naar de dichtstbijzijnde natuurgebiedjes, voor shortcuts door het landschap en om de Gambiaanse cultuur te tonen. Mustapha Kassama, van de Gambia Birdwatching Association, een uitmuntende vogelspecialist en een prima excursieleider, nam me mee naar schitterende vogelspots. Alleen al een autoritje is in Gambia een hele belevenis. Hoewel er een aantal goede asfaltwegen zijn – grotendeels mogelijk gemaakt door de EU – zijn de meeste wegen stoffige weggetjes vol gaten, kuilen en uitgesleten geulen – ook in de dorpjes. In de regentijd staat het hier deels blank en buiten het regenseizoen lijkt het bijna een woestijn met hoog opwaaiend stof. Verontrustend vond ik de enorme hoeveelheden afval die vlak buiten de dorpjes gedumpt waren. Hier geen recycling. Hooguit werd er wel afval verbrand. Iets verder de natuur in kon je dan toch echt genieten van de schoonheid van het land. 

Gambia
Nachtzwaluw en verreaux oehoe in Brufut Woods
Western red colobus monkey in Abuko Reserve

Tijdens de vakantie 7 soorten ijsvogels gezien, waaronder:
l.boven: Grey-headed kingfisher (Kampanti)
r.boven: Pied kingfisher (Kotu Creek)
onder: African pygmy kingfisher (Brufut Woodlands)


Een aantal gedane tripjes:

Bijilo National Park: vooral bekend om de vele apen
Brufut Woods: een beschermd halfopen gebied met veel bos. Vooral bijzonder door de uilen en nachtzwaluwen.
Kotu Area: (kaart 1 en 2) op steenworp afstand van het hotel. Zowel door de rijstvelden gelopen als ook een boottochtje gemaakt op de Kotu Creek. Hier is naast de Kotu Bridge een korte natuurtrail.
Abuko Nature reserve: Het eerste beschermde reservaat van Gambia met zowel bos als water waar krokodillen huizen.
Kampanti Rice Fields: een rijstveldencomplex vlakbij Batabut Kantora, zo’n 100km landinwaards. Dit gebied staat bekend om haar vele soorten roofvogels en ook in de droge periode staat hier en daar nog wat water; ideaal voor vogels om hun dorst te lessen.


l.boven: Geelsnavelossenpikker op een ezel (Mandina Ba)
l.onder: Dwergbijeneter (omgeving Kotu Creek)
rechts: De kapgier komt algemeen voor in Gambia

Vogels rond Kotu:
links: Sahelscharrelaar (Abyssinian roller)
r.boven: Westelijke roodsnaveltok (Western red billed hornbill)
r.onder: Zwarte reiger (Egretta ardesiaca) met zijn bijzondere 
vistechniek


woensdag 11 mei 2016

Gambia 1: Predatoren hebben vers vlees: ik stond op het menu






Maandagavond 2 mei landde het vliegtuig van Tui op de luchthaven van Banjul, de hoofdstad van Gambia. De transfer, een bus die verschillende hotels aandeed, bracht me naar het hotel; Sunset Beach in Kotu. ’s Ochtends vroeg wilde ik een rondwandeling maken om de omgeving te verkennen. Het hotel was gelegen vlak aan zee, tegen de monding van de Kotu-Creek. Een kreek omzoomd door mangrove, dus de ideale plek om vogels te kijken. Het was me al opgevallen dat het hotel – zoals alle hotels in Gambia – veel jonge beveiligers had rondlopen om de boel in de gaten te houden. Wat stond me buiten de poort te wachten??? Via een shortcut naar zee liep ik naar de kreek. Boven het water toonden een aantal bonte ijsvogels hun acrobatische vliegkunsten en ook lieten de eerste kapgieren zich zien, die zich tegoed deden aan een maaltje verrotte vis. Via het Palm Beach hotel belandde ik op de gewone weg. Meteen werd ik al aangehouden door de lokale taxichauffeur Happy Dad, een oudere, goedgemutste man die me wel tegen betaling rond wilde rijden en vogels wilde laten zien. Ik vertelde nog eerst even zelf rond te willen snuffelen en liep over de Kotu Bridge. De ene na de andere man liep telkens op me af en hield me aan. Het waren locals, die zich verschanst hadden langs de weg. Het leek als een vriendelijke begroeting, met een handshake, maar het werd telkens wat opdringerig en het kwam erop neer om even mee te lopen om wat te kopen of om geld te geven om rond te kunnen komen. Het gaf me een onveilig gevoel, alsof predatoren zaten te wachten op vers vlees en dat vlees was ik! Mijn wereld voelde ineens heel klein en ik koos het hazenpad naar het hotel. Het leek me het verstandigst om niet meer alleen op pad te gaan. Maar ik kende nog niemand, op Happy Dad na!

Predatoren hebben vers vlees: ik stond op het menu
Sunset Beach hotel is gelegen aan de Kotu Creek
Predatoren hebben vers vlees: Ik stond op het menu!



Gambia: Vanaf morgen geen eten meer...








Inleiding:

Onlangs een weekje vakantie gevierd in Gambia. Het doel was voornamelijk natuur(fotografie) en strand. Natuurlijk heb ik echt genoten. Elke vogel die om een hoekje kwam gluren was een nieuwe soort voor mij en dat waren er véél en wat is het er mooi! Het waren echter niet de vogels die de meeste indruk hebben gemaakt. Het was de bevolking, de armoede, de overleving. Hoe arm??? De laatste vakantiedag was ik immuun geworden van het zoveelste verhaal van een jonge man die op het strand op mij af kwam lopen om wat te verkopen of om geld te vragen… ik luisterde niet meer. Ik moest me klaar maken voor het eten en het vertrek met het vliegtuig, wenste hem een goede dag en liep weg. Mijn local broertje, die ik net geld had gegeven om voor zijn familie rijst te kunnen kopen om te kunnen eten en te verbouwen, draaide zich om en gaf 10 Dalasi weg. (21 eurocent.) De man zat nog steeds op zijn knieën voor zijn zelfgemaakte houtsnijwerk, die hij tóch voor me had uitgestald en staarde wezenloos en moedeloos voor zich uit... die blik… We liepen weg en even later vertelde mijn broertje dat hij wél het verhaal had aangehoord. De jonge man had niets kunnen verkopen en had geen geld meer om nog maar iets te eten te kopen. En daar zou, nu het toeristenseizoen afliep, voorlopig ook geen verandering in komen… Mijn maag draaide bijna om en ik stond weer met beide benen op de grond… Dát is de Gambia die op mij de grootste indruk heeft achter gelaten… Dat is hét verhaal wat ik hier eerst wil vertellen…
Een verhaal over armoe, maar ook over vreugde, vriendschap en respect voor elkaar.


Inleiding: Vanaf morgen geen eten meer
Gambia; een land van heilige krokodillen, 
armoede en van respect voor elkaar





zondag 12 april 2015

IJsvogeltjes blij met kwakkelwinter



Het mannetje heeft een zwarte snavel
De snavel van het vrouwtje is zwart-rood/oranje gekleurd

Het gaat de laatste jaren erg goed met het ijsvogelbestand in Nederland . Niet alleen is de waterkwaliteit en de leefomgeving van het diertje verbeterd, vooral de kwakkelende winters zorgen voor een toename. Want ondanks dat haar naam anders doet vermoeden, heeft het ijsvogeltje letterlijk een broertje dood aan de kou. Wanneer er ijs ligt, houden onze ijsvogeltjes zich op bij windwakken en ander open water om een visje te verschalken. Als deze echter dichtgevroren zijn, is het voor hun te laat om ver weg te trekken naar het zuiden. Zodoende kan het aantal broedpaar na elfstedentochtwinters drastisch teruglopen tot onder de 50. 2007 was een topjaar voor het galante diertje, met zo'n 1000 paar. Na een kouwelijke inzinking tot zo'n 300 paar in 2012, fokt de vogel zich weer meerdere keren per jaar een weg omhoog. Wanneer u langs beekjes, slootjes of vijverpartijen wandelt, let dan vooral op het geluid van het diertje.Grote kans om dit wonderschone vogeltje dan te kunnen zien.








zaterdag 4 oktober 2014

Blauwe schim over het water




Werkend langs een vijverpartij op een landgoed horen we vanuit de verte een nerveus geluidje dichterbij komen: Tititi-titi-tititi… Een blauwe schim schiet acrobatisch tussen overhangende bomen door en vliegt een paar rondjes over de vijver, om vervolgens op een tak naar het water te gaan zitten staren. Het staartje wipt wat nerveus op en neer. Dan richt ze zich op en in een fractie van een seconde duikt ze het water in, om vervolgens met een visje weer terug te keren naar de tak. Het is een ijsvogel die zich te goed doet aan een tiendoornig stekelbaarsje.




IJsvogels zijn schuwe vogeltjes die zich langs beekjes, rivieren en waterpartijen ophouden op jacht naar kleine visjes. Wanneer ze het water in duiken, schuift er een vliesje als een soort duikbril ter bescherming over het oog. IJsvogels broeden in steile kanten, waarin ze een nesthol graven. Het aantal broedparen in Nederland wisselt jaarlijks van 100 tot 800 paar. Omdat ze afhankelijk zijn van water, hebben ze het erg moeilijk met strenge winters, waardoor het aantal flink achteruit gaat. Daarentegen kunnen ze meerdere nesten per jaar grootbrengen. Mannetjesijsvogels hebben een zwarte snavel. De vrouwtjes hebben een geheel of gedeeltelijk oranje ondersnavel.





maandag 5 mei 2014

Onderzoekje Stinzenplanten en vogels Oud Poelgeest

Oegstgeest/Leiden

Aanleg- en onderhoudswerkzaamheden die LOP Wendakker op landgoederen uitvoert hebben invloed of zijn gericht op de aanwezige flora en fauna. Vandaar dat we eens een dagje de werkzaamheden hadden stilgelegd om ons te verdiepen in de aanwezige planten en dieren en enkele beheermaatregelen besproken. In dit geval stinzenplanten en vogels op Landgoed Oud Poelgeest in Oegstgeest.

Stinzenplanten
De naam stinzenplant is afkomstig van het Friese woord ‘stins’ of stenen huis. Rijke mensen haalden vroeger planten uit verre streken vandaan om de tuin rond hun huizen, kastelen, boerderijen of kloosters te verfraaien. Vaak werd dit gedaan om de omgeving te laten zien hoe rijk men was. Een tulpenbol was immers goud waard. Deze groep, veelal vroegbloeiende bolgewassen, is men stinzenplanten gaan noemen. Gewoon sneeuwklokje, wilde hyacint, bostulp en de bosanemoon behoren tot de stinzenplanten.



Beheermaatregelen ten behoeve van stinzenplanten
Vooral van belang is om niet te vroeg te maaien. Pas na de bloei richt de plant zich, naast de zaadproductie, op het energie aanmaken voor de bloei van het volgende jaar. Zo kan men bijvoorbeeld in gazons met veel sneeuwklokjes, hyacinten of krokussen kiezen voor een zomergazon. Pas nadat de planten deels zijn afgestorven wordt er voor het eerst gemaaid en vervolgens wordt het gazon regelmatig gemaaid.
Een beetje blad vinden stinzenplanten niet erg, maar als er in het najaar door het blazen van de paden een dik pakket blad in de berm ligt, verdwijnen veel soorten ook. Het blad moet dus worden opgeruimd of verder geblazen. Op landgoederen moeten slootjes ook wel eens gebaggerd worden. Dit mag gerust worden uitgespreid in de berm, als de laag maar niet te dik is. Veel stinzenplanten vinden deze mestgift wel prettig. Maar pas op; als de berm verschraald moet worden, (maaien en afvoeren om de grond voedselarmer te maken,) mag er natuurlijk geen bagger worden uitgespreid.



Geïnventariseerde soorten stinzenplanten
We hebben op het landgoed twee vakken geïnventariseerd op soorten bloeiende stinzenplanten en de mate van voorkomen in dat vak. Van de 9 getelde soorten waren de voorjaarshelmbloem en bosanemoon het meest voorkomend. Bijzondere soorten die we tegenkwamen waren de holwortel, gele anemoon en blauwe anemoon.

Vogels
Vogels zijn belangrijk voor de zaadverspreiding van veel planten en bomen. Sommige soorten leggen een wintervoorraad van zaden aan, die ze niet altijd terug kunnen vinden. Ook kunnen sommige zaden pas ontkiemen nadat de harde buitenkant door het spijsvertering van de vogels is aangetast en het zaad is uitgepoept.
Daarnaast eten veel vogels insecten die anders een plaag zouden vormen, of staan ze zelf op het menu van andere vogels of dieren. Landgoederen hebben veel afwisseling in het terrein op een klein oppervlak. Er zijn op een landgoed veel bosranden, hagen, oude bomen, boomgaarden, dicht bos en water te vinden. Hierdoor voelen veel vogelsoorten zich op een landgoed thuis.

Beheermaatregelen ten behoeve van vogels
Zorg voor veel variatie in het terrein op een landgoed. Dode bomen of liggend hout indien mogelijk laten staan of liggen. Veel bossen raken hun struiken- en kruidlaag kwijt door lichtgebrek. Probeer deze gelaagdheid weer terug te brengen. Door extensief maaibeheer krijg je meer variatie in plantensoorten en dus ook meer voedsel en dekking voor vogels. Probeer het landgoed niet overal te netjes te maken. Bramen en ruigtekruiden bieden veel vogels een goede broed- en schuilgelegenheid. Houdt rekening met onderhoudswerkzaamheden tijdens het broedseizoen.

Waarom zingen vogels?
Vogels zingen voornamelijk om een vrouwtje te lokken of om hun territorium te verdedigen. Terwijl wij genieten van het gezang van de vogels, is het voor hun een soort oorlogstijd. Daarnaast maken vogels ook geluidjes om gevaar aan te duiden, of om hun jongen te roepen.



Geïnventariseerde soorten vogels
We hebben onder andere gaaien, wilde eenden, meerkoeten, waterhoenen, pimpel- en koolmeesjes, merels, houtduiven, kauwen, halsbandparkieten, roodborstjes en winterkoninkjes gezien.  Vooral de roodborst, winterkoning en halsbandparkiet waren aan het zingen of maakten veel herrie.
Er is 10 minuten naar het gedrag van het roodborstje gekeken. Eerst zit hij te zingen op een tak, vervolgens zoekt hij tussen de bladeren op de grond naar insecten. Dan vliegt de roodborst weg, omdat hij wordt opgeschrikt door een wandelaar. Een andere roodborst gaat in de buurt zingen en de eerste roodborst gaat meteen op een hoger en zichtbaarder punt zitten en zingt luider. Vervolgens verdwijnt ze in een takkenril.


De deelnemers vonden het een erg interessante en geslaagde dag.

maandag 17 maart 2014

IJseendjes langs de kust


Onlangs bij de Brouwersdam enkele ijseenden gezien. Deze vogels broeden op de Arctische toendra’s van Europa en overwinteren grotendeels in de Oostzee. Een klein aantal trekt iets zuidelijker en ook in ons land overwinteren  vermoedelijk enkele honderden ijseenden op zee. De grootste kans om ze te zien is in Zeeland (oa. Brouwersdam) en in het waddengebied.





zaterdag 8 maart 2014

Noodklok; Scholekster verdwijnt uit Nederland


Klik op foto voor vergroting




Wie kent ze niet van de wadden, weiden en akkers, de bont gekleurde steltlopers met hun oranje snavel; de scholekster? Regelmatig kun je ze bij gevaar of tijdens de vlucht luidkeels horen roepen; tepiét-tepiét. In Nederland broeden er de laatste jaren zo’n 70.000 paartjes. Een redelijk aantal natuurlijk. Tóch is de kans groot dat de bonte piet op korte termijn uit Nederland verdwenen zal zijn. Ze brengt te weinig jongen groot om zich te handhaven en gedurende de winter is er nauwelijks meer voedsel voor haar te vinden. Ze kan hier gewoonweg niet meer overleven. Met een drastische teruggang van meer dan 50% in 20 jaar tijd en een voortzettende tendens gaat het met de soort niet lekker. Aangezien dat Nederland zo’n 30% van de wereldpopulatie herbergt, zit de scholekster dus behoorlijk in de problemen.


Leefgebied

Scholeksters zijn zowel weidevogels als kustvogels en ze komen ook wel op platte grinddaken tot broeden. Het grootste deel van de scholeksters broeden in agrarisch gebied, zo’n 19% op de kwelders en zo’n 4% in de stad. In Nederland komt de scholekster vooral in het noorden en het westen des lands voor. Langs de kust zijn ze vooral aangewezen op voedsel als schelpdieren en kreeftachtigen. In weilanden gaan ze vooral op zoek naar wormen.
Scholeksters die meer aangewezen zijn op de kust, hebben iets kortere en wat meer beitelvormige snavels door het open hakken van de schelpdieren. De wormenvogels hebben langere en spitsere snavels. De scholeksters uit Nederland verblijven het hele jaar in ons land. De Scandinavische soorten trekken zuidelijker. Gedurende de trektijd en in de  winter verblijven de vogels vooral langs de kust. Hier wachten ze in grote getale op het droogvallen van de platen, op zoek naar voedsel. In het voorjaar maakt de scholekster een kuiltje in de grond of in het gras en legt daar 2 tot 3 eieren in.




Hokkers, Wippers, floaters en soosvogels

De beste broedplekken, op de kwelderrand, worden jarenlang door dezelfde sterkste paartjes ingenomen. Deze hokkers, zoals ze worden genoemd, hoeven maar een klein stukje te vliegen om voedsel te zoeken voor hun jongen. Wippers zijn de wat meer sullige vogels, die geen goede plek hebben weten te bemachtigen. Zij broeden veel verder van hun voedsel vandaan en brengen daardoor minder jongen groot; zo’n 0,2 jongen per jaar ten opzichte van 0,65 jongen per jaar bij hokkerpaartjes. Jonge scholeksters (floaters) kiezen vaak voor eenzelfde broedgebied waarin ze zijn opgegroeid, zodat de jongen van een hokker een veel grotere kans hebben om een hokker te worden en een wipper altijd een loser zal blijven. Alhoewel… bij overstromingen blijven de wippernesten meer gespaard.
Scholeksters die niet tot broeden komen, verzamelen zich in groepen; de sozen.
  

Achteruitgang: te weinig voedsel en teveel gevaar

Bijna de hele Nederlandse populatie scholeksters overwintert in het waddengebied of langs de Delta. Sinds 1930 was de scholekster in een flinke opmars door de voedselrijke mosselbanken en weilanden. Sinds 1990 is er een grote teruggang te zien. Er was een  intensieve mossel- en kokkelvisserij in het waddengebied. Met stofzuigers werden hele mosselbanken weggezogen. Sinds 2006 is de intensieve schelpdiervisserij in het waddengebied verboden, maar het herstel van de mossel- en kokkelstand (en nonnetjes) is erg gering. Zeker ook omdat de Japanse oester de mosselbanken overgroeit. De Japanse oester is ooit voor de Nederlandse visserij ingevoerd en overwoekert alles. Hun kleppen zijn veelal te hard voor de scholekster om doorheen te komen, zodat de scholeksters nauwelijks meer aan hun voedsel kunnen komen. In de Delta spelen dezelfde oorzaken. Daarnaast wordt hier volop op schelpdieren gevist. De Deltawerken zorgen er ook voor dat door de veranderde waterstromingen steeds meer voedselrijke platen niet meer droog vallen. 

Door het vaker maaien van het grasland komen er nauwelijks jongen meer groot. Door het extremere weer raken steeds vaker hun nesten in de kwelders overstroomd. De drogere kwelders verruigen teveel en de vos op het vasteland weet de scholekster ook te vinden.

Jarenlang viel het niet zo op dat het slecht ging met de scholekster, omdat ze zo’n 40 jaar oud kunnen worden en erg standvastig zijn. Deze oudjes produceren echter veel minder jongen. Gemiddeld hoeft een broedpaar maar 0,35 jongen per jaar groot te brengen om de populatie in stand te  houden. De laatste jaren is het aantal jongen per jaar teruggelopen tot onder de 0,2 en de daling zet zich voort.

Er wordt volop onderzoek gedaan en experimenten uitgevoerd om te proberen het tij te keren, maar of het (op tijd) gaat werken?



dinsdag 3 september 2013

Hiken over het eiland Tiengemeten

 
klik op foto voor vergroting



Zondag 1 september stond er door Outdoorfriends een wandeltocht over het eiland Tiengemeten gepland. Haar naam dankt het eiland aan toen het nog een zandplaat was van zo'n 10 gemeten. Een gemet was ongeveer 0,5 ha. Tegenwoordig is Tiengemeten wel 1000 ha groot. In 2006 is het eiland omgevormd van landbouwgrond naar natuur. Er werd onder andere een gat in de dijk gemaakt, waardoor een groot deel van het eiland via kreken onder invloed staat van getijdenwerking van de Haringvliet



Omstreeks 10.30 werden we bij de veerpont op Zuid-Beijerland verwacht en vervolgens maakten we de korte oversteek naar het natuureiland, dat onderdeel uitmaakt van onze ecologische hoofdstructuur. In het bezoekerscentrum zelf werden we verwelkomd door kwetterende zwaluwen in de nok van het dak. Fris en fruitig begon onze wandeltocht over het eiland. Ons doel was om alle gemarkeerde wandelroutes aaneen te sluiten voor een wandeltocht van 17 km.
We begonnen aan de rode route, die gedeeltelijk wordt getooid door metershoge late guldenroede, een gele plant uit Noord-Amerika. Hier en daar keken we uit over plassen en moerassen waar lepelaars en grote zilverreigers foerageerden. Terwijl duizenden eenden, veelal smienten, in rust lagen te dobberen, groepeerden honderden spreeuwen als een bijenzwerm aan de hemel. Een overvliegende strandleeuwerik zong klingelend zijn deuntje.




Na een korte bezoek aan een vogelhut op palen, vervolgden we onze weg over de dijk om bij Herberg Tiengemeten aan te vallen aan de frisdrank, koffie, appelgebak en de eilandse kwarktaart. We vervolgden onze weg langs de dijk terug naar het bezoekerscentrum. In de berm vlogen een tiental klein geaderd witjes.



We stapten over op de blauwe route, die uitkeek over wat droger terrein en mooie vergezichten. Bijzonder waren de bonte vegetatieverschillen tussen hoger en lager terrein. Rond de opgedroogde graslandpoelen groeiden vooral watermunt en rode ogentroost, een halfparasiet. Het wandelpadniveau was wat ruiger met grassen, distels en kamille en op de natte plekken, vooral buitendijks, groeiden hier en daar velden vol moerasvergeet-mij-nietjes, kattenstaart en late guldenroede. Tientallen schotse hooglanders hadden hun hangplek aan een plas. Een haas had zich gedrukt in het veld en verdween vervolgens met grote sprongen in het ruige gras. Een koekoek keek over het landschap uit in één van de weinige bomen. Via een dwaaltocht tussen velden vol guldenroede bereikten we de rietheuvel, een opgeworpen heuvel in het uiterste noordwesten van het eiland.



We vervolgden onze weg terug en via de gele route namen we nog een laatste stop op de Vliedberg. Van oorsprong een vluchtplaats voor mens en vee bij hoog water en overstromingen, maar nu vooral een schitterend uitkijkpunt. Hierna was het een korte wandeling terug naar de veerpont. Moe maar voldaan kunnen we terugkijken op een gezellig dagje Outdoorfriends.




zaterdag 25 mei 2013

Vakantie Lesbos


27 april t/m 23 mei 2013



klik op foto's voor vergroting




Het eiland Lesbos

 
 
De nummers op de kaart komen overeen met de beschrijvingen in dit album.

Met een oppervlakte van 1630 km2 is Lesbos één van de grootste eilanden van Griekenland. Er wonen ongeveer 90.000 mensen en ligt op zo'n 8 km van Turkije vandaan. Het eiland is door twee, nu niet meer actieve, vulkanen ontstaan. De oorspronkelijke vulkaankegels zijn gezonken, waardoor de twee baaien op Lesbos zijn ontstaan: de golf van Kallonis en de golf van Gera. Het noordelijke deel van het eiland is onvruchtbaar en kaal, het zuidelijke deel vruchtbaar en bebost. Hier groeien ongeveer 11 miljoen olijfbomen. In 2012 is het gehele eiland door UNESCO opgenomen als Global Geopark Network.
 

 
01: Verblijf Skala Kallonis

 

 

Skala Kallonis is een authentiek, klein vissersdorpje in het centrum van het eiland. Veel vogelaars, wandelaars en botanisten kiezen dit plaatsje als uitvalsbasis om het eiland te ontdekken. In de kreekjes en moerasjes in en rond het dorpje wemelt het van de boomkikkers, waterschildpadden en ralreigers.
 
 
Zelf zat ik in hotel Aegeon, een verblijf zonder onnodige luxe. Hier begon de dag met een heerlijk ontbijt op het terras en eindigde de avond aan de bar, om elkaars waarnemingen en tips uit te wisselen.
 
 
 
 
02: Zoutmeren

 
 
Lesbos is een waar vogelparadijs. Er komen zo'n 340 soorten voor, vooral gedurende de trektijd. Nabij Skala Kallonis liggen de zoutmeren van Kalloni. Hoewel de zoutwinning nog volop in bedrijf is, is het een grote trekpleister voor veel vogels. Duizenden flamingo's, steltkluten, zilverreigers en andere gevleugelden foerageren en rusten hier.  
 
 
 

 03: Op en rond groene Olympus

 
 
Hoewel de top van het Olympusgebergte nagenoeg onbegroeid is, zijn de hellingen weelderig begroeid met naald en loofbossen. Een onduidelijk kaartje met orchideeënvindplaatsen leidde me over stoffige bospaadjes vol kuilen naar de mooiste plekjes. Toch was het nog goed zoeken om de orchideeën te vinden. Vooral de bloemrijke, eeuwenoude tamme kastanje bossen tussen Agiasos en Megalohori waren erg fraai.


 
 


04: Trail naar klooster Limonos



Net buiten het plaatsje Kerami was een een moerasje waar in alle vroegte al tientallen vogelaars stonden te turen. Hier zaten veel Kaspische beekschildpadden. Niet ver daar vandaan stond het klooster Metohi van waarachter een verscholen pelgrimspaadje de bergen in ging naar het fraaie klooster Limonos.
 
 
 
 
 
05: Lambou Mili & Loutra headland

 
 
In een beschrijving van orchideeënvindplaatsen op Lesbos stond het gebied rond Lambou Mili goed aangeschreven. De auto geparkeerd bij een groene fabriek en verschillende mooie trails door de bergen gelopen. Helaas bleken de meeste orchideeën al te zijn uitgebloeid.
 
 
Bij Loutra headland met de auto stoffige en stenige landweggetjes af gegaan die zó slecht en soms zó steil waren dat ik me afvroeg of het autootje niet eens ondersteboven zou rollen. Hier stonden duizenden orchideeën, waarvan de meeste ook weer waren uitgebloeid. Het was 35 graden en een frisse duik in zee zorgde voor enige verkoeling.

 

06: Afgelegen Makara

 
 
Niets is leuker dan bijna ontoegankelijke plekjes te bezoeken en het doel was dan ook om langs de golf van Kallonis naar de monding in de Egeïsche zee te gaan. Hier scheen een strandje (en minuscuul plaatsje) genaamd Makara te zijn. De TomTom kende het plaatsje niet, maar ik kon wel een aanwezige weg selecteren. Het landschap was bergachtig kaal met wat dwergstruikjes en een paar losgelaten bomen. Het weggetje was niet meer dan een stoffig paadje met keien, kuilen en scheuren. Hier en daar stond een klein geitenhutje en enkele verdwaalde woningen. Dit was het landschap van de bijeneters, scharrelaars, roodstuitzwaluwen, klauwieren en Aziatische steenpatrijzen.
 
 

 
07: Het westen: Andissa en Sigri



 

Het wilde westen stond op het programma, om een aantal afgelegen orchideeënspots en het versteende woud te bezoeken. De TomTom werd ingesteld om vanaf het plaatsje Hidira een landweggetje naar Andissa te nemen. In het gehuchtje Hidira keken de bewoners me onderzoekend aan toen ik de auto door de smalle en kronkelige straatjes wurmde, om vervolgens in the middle of nowhere te verdwijnen. Het berglandschap met de dwergbegroeiing was schitterend, maar al gauw wist de TomTom en de kaart het niet meer. In de verte stonden windturbines en via smalle paadjes de weg daar naartoe vervolgd. Bij Andissa groeiden vele bijenorchisachtigen en een heerlijk verfrissende duik genomen nabij Sigri.
 
 
 
 
Laatste dag

Aan al het goede komt een einde. Op de laatste dag nogmaals op het Olympus-gebergte rond gestruind. Het autootje moest weer worden ingeleverd, maar deze was zó stoffig en vuil, dat je de oorspronkelijke kleur nauwelijks meer kon zien. Aangezien er in de kleine lettertjes van het huurcontract staat dat er met de auto niet op onverharde wegen mag worden gereden, besloot ik de auto te gaan wassen en meteen een duik te nemen bij Makara. Wonder boven wonder stonden hier een paar verweerde stranddouches. Ik zette de auto onder de spuitkoppen en draaide van achteren de kraan open. Het water spoot er meteen in harde stralen in alle richtingen uit, behalve de goede: de auto was droog en ik drijfnat.

De volgende ochtend in Skala Kallonis van iedereen afscheid genomen en met het vliegtuig weer terug naar Nederland gegaan.

Als je van vogelen, wandelen of van wilde orchideeën houdt, is Lesbos zéker de moeite waard. Ooit hoop ik er nog eens terug te komen, maar dan een paar weken eerder...
 
 

maandag 1 april 2013

Bijzondere bouwwerken op landgoed Rosendael


Rozendaal

Onlangs weer eens rondgestruind in de omgeving van Arnhem, waar ik een paar keer gewoond heb. Zo ook een bezoekje gebracht aan landgoed Rosendael, één van de oudste parken van Nederland. Hoewel er een grote variatie aan dier- en plantensoorten is, leek nu nog alles in winterslaap. Toch scharrelde een grote gele kwikstaart langs de waterlijn op zoek naar voedsel en vloog een ijsvogeltje al roepend laag over de vijverpartijen.
Landgoed Rosendael staat vooral bekend om haar fraaie bouwwerken, als de Bedriegertjes en de Schelpengallerij.

Het bouwwerk de Bedriegertjes is eind 17e eeuw en in de 18e eeuw aangelegd en bestaat uit fontijntjes die 'spontaan' aangaan en je nat spuiten als je er langs loopt. Het geheel is versierd met wanden van natuursteen, schelpen en koraal.

De schelpengalerij is zeer bijzonder en rond 1730 aangelegd naar ontwerp van de beroemde tuinarchitect Daniël Marot. Twee marmeren dolfijnen voeden de watertrap in het midden van de galerij met water. De wanden van het fraaie bouwwerk zijn bedekt met bijzondere schelpen en koralen.


Fraaie bouwwerken op landgoed Rosendael
Klik op foto voor vergroting