Half weggedoken tussen de bosanemonen en het
voorjaarshelmkruid steken tientallen plantjes hun stralende en paarsblauwe kopjes
op. Het is de blauwe anemoon – Anemone apennina. Oorspronkelijk komt deze
voorjaarsbloeier uit Zuid-Europa, maar werd in 1575 al in Nederland als
tuinplant gekweekt. In 1827 is ze voor het eerst in het wild verzameld. Toch is
de blauwe anemoon in Nederland een zeer zeldzame verschijning. Ze behoort tot
de Nederlandse stinzenflora; voornamelijk bolgewassen die vroeger op
buitenplaatsen werden aangeplant om de tuin te verfraaien. In Nederland is ze
vooral te vinden op buitenplaatsen langs de binnenduinrand, langs de Utrechtse
Vecht en in Friesland.
Posts tonen met het label flora. Alle posts tonen
Posts tonen met het label flora. Alle posts tonen
donderdag 28 april 2016
zondag 20 maart 2016
Wandelen door uniek zoetwatergetijdengebied
Rhoon
(Klik: Wandelroute 15km met uitleg)
![]() |
| Wilgenakker in de Rhoonse Grienden |
Op steenworp afstand van Rotterdam ligt een bijzonder zoetwatergetijdengebied De Rhoonse Grienden. Samen met de gebieden Klein Profijt en de Carnisse Grienden vormen ze een uniek gebied, wat oorspronkelijk is ingericht voor het winnen van wilgentenen. Honderden knotwilgjes staan op akkers met daar tussenin greppels. Er lopen door het gebied wat hoger liggende paden (laningen) met hogere knotbomen. Deze bomen moesten bij vloed het ergste vuil tegenhouden. Een aantal breder en dieper gegraven slootjes, de zwetsloten, dienden en deels nog dienen voor afvoer van de wilgentenen per boot. (Zwet = platte schuit voor afvoer griendhout en riet) De gebieden lopen nog steeds twee keer per dag onderwater.Via de greppeltjes kan het water de akkers overstromen. Als het water langzaam weer zakt, blijft er een dun laagje slik over; de voedingsstoffen voor de wilgjes.
In het gebied staan bijzondere planten zoals spindotters (bijzondere vorm van dotterbloem) en zomerklokje. Beide soorten zijn goed aangepast aan de waterstandswisselingen.
![]() |
| Fraai zoetwatergetijdengebied |
![]() |
| Diverse plantjes groeien in de knotwilgen |
zaterdag 2 januari 2016
Winterbloeiers goed voor hommels
Terwijl de winter alsnog voorzichtig probeert om ons land te
betreden, staan de eerste bloemen alweer in volle bloei. Het zijn vooral
sneeuwklokjes en winterakonieten die al hun bloemen tonen. Oorspronkelijk zijn
deze plantjes ingevoerd om buitenplaatsen en kloostertuinen te verfraaien.
Aardhommels zijn maar wat blij met deze vroege bloeiers. In de winter sterft de
hele kolonie uit en blijft de koningin moederziel alleen achter. Rond februari
kruipt ze het holletje uit; haar eitjes zijn uitgekomen en ze moet op zoek naar
voedsel om de kolonie nieuw leven in te blazen. Winterbloeiers als
sneeuwklokjes en winterakonieten komen dan ook als geroepen.
![]() |
| Sneeuwklokjes en winterakonieten |
zondag 25 oktober 2015
Baanbrekerpad (10km); wandelen door historisch rivierenlandschap
klik op foto's voor vergroting
Bommelerwaard
Het Baanbrekerpad bij Ammerzoden staat beschreven als een tocht door een historisch rivierenlandschap. Dat wordt dwalen langs stroomruggen, kastelen, oude rivierbeddingen en dito dijkdoorbraken. Startpunt is bij het restaurant 't Wellse Veerhuis, Wellsedijk 29 in Well. Klik hier voor de kaart.
Slot Well
Ik besluit eerst een kijkje te nemen bij Slot Well, omdat alleen de verkorte route langs het kasteel loopt. Het is in privébezit en je kunt er een paar keer een glimp van opvangen via een aantal paden om de waterburcht heen.
![]() |
Langs rabatten en kreek
Het eerste deel van de route gaat over een stukje van de geasfalteerde Wellse dijk. Dit is nog weinig interessant. Vervolgens loopt de route onderaan de dijk, door het gras, langs akkers en weiland. Hier staat op een plek bont kroonkruid fraai in bloei en ook de grote kaardebol toont haar stekelige bloeiwijze. Iets verderop scheert een ijsvogel over het water van een half verborgen kreek. Hier zie je rabatten; langwerpige, smalle ophogingen met daartussen greppels. Met de grond uit de greppels werden de rabatten opgehoogd om droge stroken te verkrijgen. Twee groene spechten vliegen luid 'lachend' op en verdwijnen tussen de grillige wilgen.
Bij het gemaal 'De Baanbreker' kijk je uit over de Afgedamde Maas. Het gemaal regelt de waterstand van het achterliggende 6000 ha land.
Kasteel Ammersoyen
Vervolgens gaat de tocht door een voor mij wat minder fraai landschap van weilanden, over autowegen, over paadjes langs en door smalle houtwallen en door het buurtschap Wordragen.
Wat een verrassing als dan ineens het schitterende middeleeuwse kasteel Ammersoyen opdoemt. Hier kun je nog niet direct naar het kasteel toe; de slotgracht doet goed haar werk om indringers buiten te houden. Een stukje verderop is de ingang. In het kasteel kun je een kopje koffie nuttigen, streekproducten kopen of meegaan met een rondleiding door de eeuwenoude kamers en zalen.
Ruïnekerk van Ammerzoden
Op steenworp afstand van het kasteel staat de ruïnekerk van Ammerzoden. De kerk kwam in de 17e eeuw in handen van de protestanten en het uitoefenen van de katholieke godsdienst werd er verboden. Er was alleen geld om een gedeelte van de kerk te onderhouden en de rest raakte in verval, waardoor de ruïne ontstond. Nog steeds worden er in het afgesloten koor van het gebouw kerkdiensten gehouden. Een rondwandeling om de ruïne is zeker de moeite waard.
Dwalen langs de Maas
Het laatste deel van de tocht gaat over een onverhard pad langs de Maas met haar fraaie vergezichten. Over een lengte van 200 meter zijn hier natuurvriendelijke oevers aangelegd, door de stenen oeververdediging weg te halen, zodat de golfslag vrij spel heeft. Het pad komt uit bij het beginpunt van het klompenpad, bij 't Wellse Veerhuis.
Waardering: ***
De route is erg afwisselend en bevat een aantal fraaie stukken. Het is zéker een aanrader. Niet toegankelijk voor kinderwagens of rolstoelen. Wandelschoenen aanbevolen.
De wandelroute is goed te combineren met een bezoek aan de oude vestingstad Woudrichem.
Labels:
Baanbrekerpad,
flora,
Klompenpaden,
Landgoed,
Natuur,
Vestingstad,
wandelen,
wandelroute
Locatie:
5325 Well, Nederland
woensdag 29 april 2015
Eerste orchideeën in bloei; harlekijntje
Oostvoorne
Onlangs weer eens naar de heemtuin Tenellaplas in Oostvoorne geweest. Naast vele dotterbloemen, kievitsbloemen, zomerklokjes en 3 soorten sleutelbloemen stonden al enkele harlekijntjes (Anacamptis morio) te bloeien.
Het harlekijntje is één van de vroegst bloeiende orchideeën van ons land. Eind april steekt ze haar eerste bloeiaartjes boven de grond. Het gaat echter zeer slecht met deze zeldzame orchidee. Kwam ze vroeger in heel Nederland voor, haar verspreidingsgebied is in de laatste eeuw met ongeveer 90% achteruit gegaan. Ontwatering, bemesting en intensivering van de veeteelt zijn de grootste bedreigingen. De polderlanden van Texel zijn voor het harlekijntje echter nog steeds één van de belangrijkste groeigebieden van Noordwest-Europa.
![]() |
| Tenellaplas: links: Slanke sleutelbloem rechtsboven: Dotterbloem rechtsonder: Harlekijntje |
woensdag 2 juli 2014
Op zoek naar heilzaam ‘onkruid’
Onlangs via OutdoorFriends mee geweest met een kruidenwandeling door het Kralingse Bos te Rotterdam. Wekelijks vertoeven in dit gebied duizenden mensen om er te wandelen en te fietsen, voor de rust en ontspanning. Niemand staat er echter bij stil dat het gebied vol staat met geneeskrachtige kruiden. Rita Hausherr, natuurgeneeskundige, nam ons mee om een beetje wegwijs te maken in de heilzame werking van deze planten.
Het duurde eventjes voordat iedereen de ingang van de heemtuin had gevonden, omdat deze bijna op leek te gaan in de omgeving. Na een korte introductie fladderde Rita als een vlinder van plant naar plant en wist ons steeds weer te verrassen met de bijzondere krachten van planten die overal algemeen voor komen. We werden op onze kennis getest, dan weer was het even proeven of ruiken, om vervolgens een boekje open te slaan met leuke legenden. Elk plantje heeft haar eigen verhaal. Veel aandacht ging uit naar de innerlijke reiniging van het lichaam. Door stress, voorjaarsmoeheid of medicijngebruik kunnen bijvoorbeeld afvalstoffen en gifstoffen in het lichaam achterblijven, die allerlei kwaaltjes met zich mee kunnen brengen, zoals exceem. Zo zorgt berkensap, gewonnen in het voorjaar bij afnemende maan, ervoor dat het lichaam op een zachte manier gereinigd wordt. Brandnetelthee heeft hetzelfde effect, maar heeft een krachtigere werking. De steeltjes van de paardenbloem hebben de krachtigste werking. Hiervoor is een opbouw en afbouw van het gebruik nodig. Jonge bladeren van deze plant kunnen echter in een salade verwerkt worden. Via de grove den werden we bekend gemaakt met de term Bach Bloesem. Een tinctuur van smalle weegbree kan onder andere helpen bij het stoppen met roken en helpt de teer uit de longen te verwijderen. We sloten af bij de kinderboerderij, waar we nog wat napraatten onder het genot van zelf gezette kruidenthee. Het was een leerzame event!
donderdag 8 mei 2014
Op zoek naar de wilde tulp
Wie aan Nederland denkt, denkt aan tulpen. Alleen al op de
Keukenhof bloeien er miljoenen en jaarlijks worden er landelijk meer dan 4
miljard gekweekt. Toch groeit er in Nederland maar 1 wilde tulpensoort; de
bostulp en deze komt oorspronkelijk uit Zuid Europa. De schoonheid van het plantje,
de geschiedenis van onze cultuur en de verbondenheid van deze soort met landgoederen gaf me de kriebels om op zoek
te gaan naar de bostulp in Nederland.
Trip naar Friesland
De beschermde bostulp komt vooral in Friesland voor en we
besloten dan ook de landgoederen Martenastate (Koarnjum), het op steenworp
afstand gelegen Dekemastate (Jelsum) en de begraafplaats van Ternaard te bezoeken.
Op de landgoederen bloeiden de bostulpen uitbundig, maar o.a. ook Haarlems
klokkenspel en bosvergeet-mij-nietje toonden hun rijke bloei. Leuke bijkomstigheid
waren de tuinfairs op de landgoederen met naast planten en snuisterijen ook
ambachtelijke lekkernijen. Daarna ging onze zoektocht naar de begraafplaats van
Ternaard. Deze trekt jaarlijks vele bezoekers om de duizenden bostulpen te zien
bloeien. Ternaard kwam vorig jaar in het nieuws doordat het terrein per ongeluk
(?) te vroeg – tijdens de bloei van de tulpen –was gemaaid. We sloten ons dagje af aan een bezoekje aan de
Waddenzee om heerlijk uit te waaien.
Geschiedenis van de tulp
Rond 1570 kwamen de eerste tulpen in Nederland terecht. Het
was een statussymbool om een tulp in je tuin te hebben, want het vermeerderen
van een tulp ging langzaam, maar de vraag naar tulpen steeg snel. Tussen 1634
en 1637 was er zelfs zo’n tulpengekte, dat men voor een bolletje gerust een
paar duizend gulden moest betalen. Er werden speciale vazen ontwikkeld om dit
vergankelijke goud in huis te hebben staan. Natuurlijk meestal maar 1 bloem per
vaas.
Bostulp – Tulipa sylvestris
In april zijn de groengele, geknikte kopjes van de bostulp
te vinden. Wanneer de zon schijnt, gooit ze binnen een half uur haar hoofd
omhoog en ontluikt ze haar gele kroonblaadjes zo wild, alsof ze net uit bed
komt. ’s Avonds en met donker weer sluit ze haar bloem weer. De bloemen bevatten
geen nectar en in ons land ontwikkelt de plant geen rijpe zaden. De
vermeerdering is aangewezen op de vorming van lange uitlopers waaraan het einde
een nieuw bolletje ontwikkeld. Dit doen alleen de bollen die niet in bloei
staan. De naam Bostulp is eigenlijk verkeerd gekozen, want ze groeit het liefst
op wat zonnigere plaatsen zoals in bosranden, graslanden, wegbermen,
boomgaarden en uiterwaarden. Elk jaar bloeit maar een klein deel van de tulpen.
Hoe voedselrijker en schaduwrijker de grond, hoe slechter de bloei. Lichte grondbewerking
kan de bloei bevorderen.
Verspreiding Bostulp
De bostulp komt van nature voor in Italië, Sardinië, Sicilië
en de Balkan. In de tweede helft van de 16e eeuw is ze vanuit de
Italiaanse stad Bologna naar Centraal en Noord Europa vervoerd. Vooral met de
opkomst van de Engelse landschapsstijl is de bostulp op veel landgoederen in Europa
aangeplant. Van daaruit verwilderen ze al snel en gedroegen ze zich in een
aantal wijngaarden als onkruid. In Nederland komt ze, door haar voorkeur voor humeuze
kleigrond, vooral in Friesland en deels in Zeeland voor, maar ook in de andere
provincies is ze wel te vinden.
maandag 5 mei 2014
Onderzoekje Stinzenplanten en vogels Oud Poelgeest
Oegstgeest/Leiden
Aanleg- en onderhoudswerkzaamheden die LOP Wendakker op
landgoederen uitvoert hebben invloed of zijn gericht op de aanwezige flora en
fauna. Vandaar dat we eens een dagje de werkzaamheden hadden stilgelegd om ons
te verdiepen in de aanwezige planten en dieren en enkele beheermaatregelen
besproken. In dit geval stinzenplanten en vogels op Landgoed Oud Poelgeest in
Oegstgeest.
Stinzenplanten
De naam stinzenplant is afkomstig van het Friese woord ‘stins’
of stenen huis. Rijke mensen haalden vroeger planten uit verre streken vandaan
om de tuin rond hun huizen, kastelen, boerderijen of kloosters te verfraaien.
Vaak werd dit gedaan om de omgeving te laten zien hoe rijk men was. Een
tulpenbol was immers goud waard. Deze groep, veelal vroegbloeiende bolgewassen,
is men stinzenplanten gaan noemen. Gewoon sneeuwklokje, wilde hyacint, bostulp
en de bosanemoon behoren tot de stinzenplanten.
Beheermaatregelen ten behoeve van stinzenplanten
Vooral van belang is om niet te vroeg te maaien. Pas na de
bloei richt de plant zich, naast de zaadproductie, op het energie aanmaken voor
de bloei van het volgende jaar. Zo kan men bijvoorbeeld in gazons met veel
sneeuwklokjes, hyacinten of krokussen kiezen voor een zomergazon. Pas nadat de
planten deels zijn afgestorven wordt er voor het eerst gemaaid en vervolgens
wordt het gazon regelmatig gemaaid.
Een beetje blad vinden stinzenplanten niet erg, maar als er in
het najaar door het blazen van de paden een dik pakket blad in de berm ligt,
verdwijnen veel soorten ook. Het blad moet dus worden opgeruimd of verder
geblazen. Op landgoederen moeten slootjes ook wel eens gebaggerd worden. Dit
mag gerust worden uitgespreid in de berm, als de laag maar niet te dik is. Veel
stinzenplanten vinden deze mestgift wel prettig. Maar pas op; als de berm
verschraald moet worden, (maaien en afvoeren om de grond voedselarmer te maken,)
mag er natuurlijk geen bagger worden uitgespreid.
Geïnventariseerde soorten stinzenplanten
We hebben op het landgoed twee vakken geïnventariseerd op
soorten bloeiende stinzenplanten en de mate van voorkomen in dat vak. Van de 9
getelde soorten waren de voorjaarshelmbloem en bosanemoon het meest voorkomend.
Bijzondere soorten die we tegenkwamen waren de holwortel, gele anemoon en
blauwe anemoon.
Vogels
Vogels zijn belangrijk voor de zaadverspreiding van veel
planten en bomen. Sommige soorten leggen een wintervoorraad van zaden aan, die
ze niet altijd terug kunnen vinden. Ook kunnen sommige zaden pas ontkiemen
nadat de harde buitenkant door het spijsvertering van de vogels is aangetast en
het zaad is uitgepoept.
Daarnaast eten veel vogels insecten die anders een plaag
zouden vormen, of staan ze zelf op het menu van andere vogels of dieren.
Landgoederen hebben veel afwisseling in het terrein op een klein oppervlak. Er
zijn op een landgoed veel bosranden, hagen, oude bomen, boomgaarden, dicht bos
en water te vinden. Hierdoor voelen veel vogelsoorten zich op een landgoed
thuis.
Beheermaatregelen ten behoeve van vogels
Zorg voor veel variatie in het terrein op een landgoed. Dode
bomen of liggend hout indien mogelijk laten staan of liggen. Veel bossen raken
hun struiken- en kruidlaag kwijt door lichtgebrek. Probeer deze gelaagdheid
weer terug te brengen. Door extensief maaibeheer krijg je meer variatie in
plantensoorten en dus ook meer voedsel en dekking voor vogels. Probeer het
landgoed niet overal te netjes te maken. Bramen en ruigtekruiden bieden veel
vogels een goede broed- en schuilgelegenheid. Houdt rekening met
onderhoudswerkzaamheden tijdens het broedseizoen.
Waarom zingen vogels?
Vogels zingen voornamelijk om een vrouwtje te lokken of om
hun territorium te verdedigen. Terwijl wij genieten van het gezang van de
vogels, is het voor hun een soort oorlogstijd. Daarnaast maken vogels ook
geluidjes om gevaar aan te duiden, of om hun jongen te roepen.
Geïnventariseerde soorten vogels
We hebben onder andere gaaien, wilde eenden, meerkoeten,
waterhoenen, pimpel- en koolmeesjes, merels, houtduiven, kauwen,
halsbandparkieten, roodborstjes en winterkoninkjes gezien. Vooral de roodborst, winterkoning en
halsbandparkiet waren aan het zingen of maakten veel herrie.
Er is 10 minuten naar het gedrag van het roodborstje gekeken.
Eerst zit hij te zingen op een tak, vervolgens zoekt hij tussen de bladeren op
de grond naar insecten. Dan vliegt de roodborst weg, omdat hij wordt
opgeschrikt door een wandelaar. Een andere roodborst gaat in de buurt zingen en
de eerste roodborst gaat meteen op een hoger en zichtbaarder punt zitten en
zingt luider. Vervolgens verdwijnt ze in een takkenril.
De deelnemers vonden het een erg interessante en geslaagde
dag.
zaterdag 25 mei 2013
Vakantie Lesbos
27 april t/m 23 mei 2013
klik op foto's voor vergroting
Het eiland Lesbos
De nummers op de kaart komen overeen met de beschrijvingen in dit
album.
Met een oppervlakte van 1630 km2 is Lesbos één van de grootste
eilanden van Griekenland. Er wonen ongeveer 90.000 mensen en ligt op zo'n 8 km
van Turkije vandaan. Het eiland is door twee, nu niet meer actieve, vulkanen
ontstaan. De oorspronkelijke vulkaankegels zijn gezonken, waardoor de twee
baaien op Lesbos zijn ontstaan: de golf van Kallonis en de golf van Gera. Het
noordelijke deel van het eiland is onvruchtbaar en kaal, het zuidelijke deel
vruchtbaar en bebost. Hier groeien ongeveer 11 miljoen olijfbomen. In 2012 is
het gehele eiland door UNESCO opgenomen als Global Geopark Network.
Skala Kallonis is een authentiek, klein vissersdorpje in het
centrum van het eiland. Veel vogelaars, wandelaars en botanisten kiezen dit
plaatsje als uitvalsbasis om het eiland te ontdekken. In de kreekjes en
moerasjes in en rond het dorpje wemelt het van de boomkikkers,
waterschildpadden en ralreigers.
Zelf zat ik in hotel Aegeon, een verblijf zonder onnodige luxe.
Hier begon de dag met een heerlijk ontbijt op het terras en eindigde de avond
aan de bar, om elkaars waarnemingen en tips uit te wisselen.
02: Zoutmeren
Hoewel de top van het Olympusgebergte nagenoeg onbegroeid is, zijn
de hellingen weelderig begroeid met naald en loofbossen. Een onduidelijk
kaartje met orchideeënvindplaatsen leidde me over stoffige bospaadjes vol
kuilen naar de mooiste plekjes. Toch was het nog goed zoeken om de orchideeën
te vinden. Vooral de bloemrijke, eeuwenoude tamme kastanje bossen tussen
Agiasos en Megalohori waren erg fraai.
04: Trail naar klooster Limonos
Net buiten het plaatsje Kerami was een een moerasje waar in alle
vroegte al tientallen vogelaars stonden te turen. Hier zaten veel Kaspische
beekschildpadden. Niet ver daar vandaan stond het klooster Metohi van
waarachter een verscholen pelgrimspaadje de bergen in ging naar het fraaie
klooster Limonos.
05: Lambou Mili & Loutra headland
In een beschrijving van orchideeënvindplaatsen op Lesbos stond het
gebied rond Lambou Mili goed aangeschreven. De auto geparkeerd bij een groene
fabriek en verschillende mooie trails door de bergen gelopen. Helaas bleken de
meeste orchideeën al te zijn uitgebloeid.
Bij Loutra headland met de auto stoffige en stenige landweggetjes
af gegaan die zó slecht en soms zó steil waren dat ik me afvroeg of het
autootje niet eens ondersteboven zou rollen. Hier stonden duizenden orchideeën,
waarvan de meeste ook weer waren uitgebloeid. Het was 35 graden en een frisse
duik in zee zorgde voor enige verkoeling.
06: Afgelegen Makara
Het wilde westen stond op het programma, om een aantal afgelegen
orchideeënspots en het versteende woud te bezoeken. De TomTom werd ingesteld om
vanaf het plaatsje Hidira een landweggetje naar Andissa te nemen. In het
gehuchtje Hidira keken de bewoners me onderzoekend aan toen ik de auto door de
smalle en kronkelige straatjes wurmde, om vervolgens in the middle of nowhere
te verdwijnen. Het berglandschap met de dwergbegroeiing was schitterend, maar
al gauw wist de TomTom en de kaart het niet meer. In de verte stonden
windturbines en via smalle paadjes de weg daar naartoe vervolgd. Bij Andissa
groeiden vele bijenorchisachtigen en een heerlijk verfrissende duik genomen
nabij Sigri.
Laatste dag
Aan al het goede komt een einde. Op de laatste dag nogmaals op het
Olympus-gebergte rond gestruind. Het autootje moest weer worden ingeleverd,
maar deze was zó stoffig en vuil, dat je de oorspronkelijke kleur nauwelijks
meer kon zien. Aangezien er in de kleine lettertjes van het huurcontract staat
dat er met de auto niet op onverharde wegen mag worden gereden, besloot ik de
auto te gaan wassen en meteen een duik te nemen bij Makara. Wonder boven wonder
stonden hier een paar verweerde stranddouches. Ik zette de auto onder de spuitkoppen
en draaide van achteren de kraan open. Het water spoot er meteen in harde
stralen in alle richtingen uit, behalve de goede: de auto was droog en ik
drijfnat.
De volgende ochtend in Skala Kallonis van iedereen afscheid genomen
en met het vliegtuig weer terug naar Nederland gegaan.
Als je van vogelen, wandelen of van wilde orchideeën houdt, is
Lesbos zéker de moeite waard. Ooit hoop ik er nog eens terug te komen, maar dan
een paar weken eerder...
dinsdag 23 april 2013
Gele anemoon op landgoed Sandwijck
De Bilt
Op landgoed Sandwijck stuitte ik op een groepje gele anemonen. Van een afstandje leek het op speenkruid, maar de gedeelde blaadjes lieten al direct zien dat het om een anemoon ging. De gele anemoon is een zeldzame plant en komt in Nederland van nature alleen voor in Limburg. In 1683 wordt ze al vernoemd in het Haarlemmerhout en het Haagse bos. Sindsdien wordt ze op veel meer buitenplaatsen vermeld en is ze dan ook een echte stinzenplant.
Het sap van deze anemoon is giftig en werd in Siberië als gif gebruikt voor pijlpunten.
![]() |
| Gele anemoon; Anemone ranunculoides |
Bostulp en grote sneeuwroem
Bunnik & de Bilt
Op Amelisweerd lieten de bostulpen al hub gele knoppen zien. Op Sandwick stond grote sneeuwroem in bloei.
Anemone nemorosa 'Vestal'; Bosanemoon met een halskraag
Bunnik
Tussen de bloeiende bosanemonen op Oud Amelisweerd stonden enkele groepjes anemonen die nét iets lichter van kleur waren. Deze bleken bloemen met een halskraagje te hebben. Het gaat hier om de vrij zeldzame Anemone nemorosa 'Vestal'. De herkomst van de soort is onbekend, maar wordt al in 1870 in Engeland genoemd. De oorspronkelijke meeldraden zijn in kroonbladen veranderd, waardoor de soort zich niet met zaad kan vermenigvuldigen. Zij is dan ook aangewezen op vermeerdering door kruipende wortelstokjes. 'Vestal' begint meestal wat later met bloeien dan de gewone bosanemoon. 'Vestal' groeit op verschillende buitenplaatsen langs de Vecht.
![]() |
| Anemone nemorosa 'Vestal' |
Blauwe bosanemoon
Riettulpen in bloei
Bunnik
Aan de rand van een rietveld, vlak bij het landgoed Oud Amelisweerd, stonden tientallen kievitsbloemen te bloeien. Deze riettulpen zijn hier hoogstwaarschijnlijk aangeplant, want ze stonden in een afgezonderd groepje bij elkaar. Wanneer de kievitsbloem nog gesloten is, heeft ze wel wat weg van een kievitsei en de plant bloeit wanneer de kieviten hun eieren leggen; in maart en april. De Latijnse naam is Fritillaria meleagris. Fritillus betekent dobbelbeker. De bloemen zijn gestipt als een dobbelsteen en de bloemkroon is gevouwen als een beker. Meleagris betekent gevlekt verendek, zoals van een parelhoen.
De wilde kievitsbloem is een zeldzame soort in Nederland en gaat nog steeds achteruit. Ontwatering, intensivering van de landbouw (veelvuldig maaien) en overbemesting zorgen nog steeds voor het verdwijnen van groeiplaatsen. Wordt er op de ene plaats een vermogen uit gegeven om het plantje te redden en het gebied te beschermen, op de andere plaats wordt er gewoon jaarlijks slootafval op gedeponeerd, heeft de groeiplaats te lijden onder een wegverbreding en kwijnt ze weg in het ongemaaide ruigte. De kievitsbloem komt in geheel West Europa voor, alhoewel ze ook elders op veel plekken verdwenen is. In Nederland groeit nog 80% van onze populatie langs de Vecht en langs Het Zwarte Water in Zwolle. Een makkelijke plant is het niet; het zaad doet er minimaal 5 jaar over om uit te groeien tot bloeiende plant en ze geeft de voorkeur aan een vochtige bodem met als grondsoortovergang: klei-op-veen naar veen. Buiten haar natuurlijke groeiplaatsen is de wilde kievitsbloem ook een zeldzame stinzenplant, die vroeger op buitenplaatsen werd aangeplant om de tuinen en het park te verfraaien.
maandag 25 maart 2013
Stengelloze sleutelbloem trotseert kou
Vogelenzang
Terwijl de vogels met deze kou moeite hebben om aan het broedseizoen te beginnen, kun je hier en daar toch de eerste lentebodes zien. De aanhoudende vorst en de ijzige wind konden niet voorkomen dat deze stengelloze sleutelbloemen hun zachtgele bloempjes hadden open gevouwen.
![]() |
| Stengelloze sleutelbloem - Primula vulgaris klik op foto voor vergroting |
Er komen wereldwijd zo'n 500 soorten sleutelbloemen voor. In Nederland groeien 3 verschillende soorten primula's, die alle beschermd zijn. De bloemen van de stengelloze sleutelbloem staan op korte steeltjes, waardoor het lijkt alsof de bloemen stengelloos vanuit de bladoksels groeien. De zaden zijn in trek bij mieren, die een belangrijke bijdrage leveren aan de verspreiding van de plant. Nederland licht aan de oostrand van het verspreidingsgebied. Veel natuurlijke standplaatsen in Drenthe en Brabant zijn verloren gegaan, maar in de duinstreek is zij nog van nature aanwezig (of verwilderd). Op een aantal landgoederen is zij al eeuwen geleden aangeplant en behoort ze daar tot de stinzenplanten.
zaterdag 23 juni 2012
Weekendje Kalkeifel
Klik op foto voor vergroting
Veldsalie
Veld met bolrapunzel
Kalkweide met grote muggenorchissen
De kalk- en jeneverbeshellingen waren begroeid met duizenden orchideeën.
Grote keverorchis, bergnachtorchis, bleek bosvogeltje,
grote muggenorchis en aangebrande orchis
Vliegenorchis
Abonneren op:
Posts (Atom)

















+en+voorjaarshelmbloem+LOP+WA.jpg)































