Posts tonen met het label stinzenplanten. Alle posts tonen
Posts tonen met het label stinzenplanten. Alle posts tonen

zaterdag 17 april 2021

Haarlemse stinzenflora

 Haarlem


Eind maart door Haarlems groen gestruind en daar stonden weer vele stinzenplanten te bloeien.

Naast de vele paarsgekleurde voorjaarshelmbloemen stonden er ook enkele wit-paarse in bloei. Nooit eerder gezien. Langs de weg stonden kleine groepjes vroege sterhyacinten met hun blauwe bloempjes te pronken. Op een aantal locaties stond de bosgeelster uitbundig te bloeien. Best bijzonder omdat de soort in Nederland erg zeldzaam is. Het breedbladige vogelmelk lijkt een nieuw geïntroduceerde soort te zijn en komt oorspronkelijk uit de Balkan en Turkije. Ook kom je op verschillende plaatsen de grote sneeuwroem tegen.


Voorjaarshelmbloem, vroege sterhyacint, bosgeelster,
breedbladige vogelmelk en grote sneeuwroem


vrijdag 19 maart 2021

Stinzenplanten op z'n Fries


Klik op foto voor vergroting


Het viel me andere jaren al op dat Stinzenplanten en Friesland een bijzondere band met elkaar hebben. De naam Stinzenplant is afkomstig van het Friese woord stins - stenen huis. Hiermee wordt een (voormalige) burcht of landhuis en met name stenen wachttorens mee bedoeld. Vroeger brachten gegoede mensen bijzondere planten mee uit het buitenland, om hun tuin of park te verfraaien. Veelal waren dit vroegbloeiende bolgewassen om de tuin weer kleur te geven na de grauwe winter. Dorpsbewoners van het Friese Veenwouden noemden de bijzondere plantjes, met name het Haarlems klokkenspel, op Schierstins al Stinzeblomkes. Het woord stinzenplant is waarschijnlijk door de heemkundige Jacob Botke in 1932 geïntroduceerd en is gebaseerd op de benaming Stinzenblomkes. De term stinzenplant is een in Nederland en Duitsland gangbare benaming geworden voor deze groep van planten die vooral voorkomen op landgoederen, in kloostertuinen, rond oude boerderijen en rond historische kerkhoven.

Massale bloei van sneeuwklokjes en bonte krokussen op Martenastate

Maar het is niet alleen de naam stinzenplant die mij de bijzondere band tussen deze plantengroep en Friesland toonde: toen ik daar jaren geleden een aantal staten - landhuizen - om hun stinzenplanten bezocht, leken deze bloeiende plantjes daar echt op handen gedragen te worden. Overal bordjes, informatiepanelen, brochures en rondleidingen. Niet voor niets is Friesland goed vertegenwoordigd op de schitterende website Stinzenflora-monitor. Daar hield het echter niet bij op. Toen ik onlangs weer een aantal Friese staten bezocht, zag ik op een aantal plekken mensen liefdevol voorzichtig onkruid wieden en takjes rapen tussen de stinzenplanten. Ondertussen druk foto's makend voor een update voor de eerder genoemde website. In het westen van Nederland komen stinzenplanten ook veel voor, maar die hebben meestal maar te dealen met het reguliere, grootschalige beheer. In Friesland lijkt men deels stinzenplanten te beheren als tuinieren met wilde planten. Alsof elk bolletje, net als in de middeleeuwen, zijn gewicht in goud waard is. En die liefde proef je.


Kaart natuurbezoek Friesland.

Op 17 maart was ik samen met een vriend op pad geweest naar Friesland om een aantal locaties  aan te doen waar veel stinzenplanten groeien. Daarnaast stond ook een natuurgebied bij Moddergat op de planning om te genieten van de waddenzee. Hoewel de beste tijd om veel soorten stinzenplanten te bewonderen zo rond eind maart tot eind april is, wilde ik ook eens de vroegere bloeiers in grote aantallen aanschouwen. 

Martenatuin

Bonte krokussen, holwortel en middelste sneeuwroem in bloei.

Verborgen achter het 15e eeuwse stadspaleis Martenahuis in het centrum van Franeker ligt de Martenatuin. Een tuin met een rijke stinzenflora, waaronder holwortel, bostulpen en Oosterse sterhyacint.

Jongemastate

Fraaie toegangspoort en een bijna geheel witte sneeuwklokje.

De oorspronkelijke state is al lang geleden afgebroken. De oude poort uit 1603 leidt naar een omgrachte binnenparkje. Hier staan onder andere sneeuwklokjes, bostulpen, voorjaarszonnebloemen en keizerskronen. Op naam brengen van de stinzenplanten op deze locatie kun je doen met behulp van deze zoekkaart. Er is op Jongemastate een roekenkolonie gehuisvest.


Schierstins

Een bijzonder sneeuwklokje, bosgeelster, wit hoefblad en lenteklokje.

Schierstins, dé locatie waar de term stinzenplant mogelijk vandaan komt, is nog de enige bewaard gebleven stins van Friesland. Een stins is een stenen woontoren waar de belangrijke families hun toevlucht konden vinden in tijden van gevaar. Op Schierstins groeien veel soorten stinzenplanten waaronder lenteklokje, winterakoniet, bosgeelster en Haarlems klokkenspel.

Dekemastate

De fraaie state herbergt veel stinzenplanten, waaronder de bostulp.
Leifruit is in vele vormen aanwezig.

Hoewel Dekemastate voor het eerst verneld wordt in 1486, stamt de huidige vorm uit 1816. Dekemastate is een mooi buiten met een grote boomgaard, pluktuin en een wandelpark. Hier groeit en bloeit massaal de bostulp, maar ook kun je er onder meer genieten van knikkend vogelmelk, daslook, gele anemoon en gevuld sneeuwklokje. 

Martenastate

Een fraaie toegangspoort en vele bonte krokussen en sneeuwklokjes sieren de state.

Op steenworp afstand van Dekemastate ligt het fraaie Martenastate met haar kronkelende waterpartijen en slingerende paadjes. Rond 1400 woonde Sytze Martena al op dit landgoed en de buitenplaats is lange tijd in bezit geweest van deze familie. In 1899 is het landhuis vervangen door het huidige kasteeltje. Martenastate is door FLORON uitgeroepen tot één van de  mooiste locaties van Nederland, door haar grote verscheidenheid aan stinzenplanten. Hier kun je onder andere genieten van de bostulp, gele anemoon, Haarlems klokkenspel en holwortel.

Tot slot

Martenastate was de laatste plek van onze trip van vandaag, Niet heel veel soorten gezien, maar het was zéker de moeite waard en hopelijk volgende maand weer een bezoekje aan deze bijzondere tuinen en parken.




maandag 19 februari 2018

Wandelroute Landgoeden Waardenburg en Neerijnen


Waardenburg/Neerijnen


Vlakbij Zaltbommel pronken de Gelderse landgoederen Waardenburg en Neerijnen. We besloten diverse korte wandelroutes in het gebied aan elkaar te knopen en begaven ons naar het startpunt; de parkeerplaats van uitspanning 'Het stroomhuis' (Van Pallandtweg 1 Neerijnen).


Neerijnen  met haar sierlijke kerk, kasteel
en kasteeltuin vol stinzenplanten
De route loopt door een bos in Engelse landschapsstijl, met slingerpaden, slootjes en weidevelden. Vlakbij kasteel Neerijnen staat een schitterend, okergeel hervormde kerk uit 1865. De achterliggende kasteeltuin, onderhouden door vrijwilligers, laten naast de rozentuin, kruidentuin en bloementuin, vele stinzenplanten zien, waaronder de winterakoniet, kleine cyclaam, diverse sneeuwklokjessoorten e.d. Rondom het kasteel, uit 1600, steken in het gras vele groene blaadjes de kop op; waarschijnlijk de bostulp die rond april gaat bloeien.


Reusachtige essen in de uiterwaarden van Waardenburg
Ze zien er ogenschijnlijk gezond uit
We pakken meteen de wandelroute door de uiterwaarden van Waardenburg mee. Wat een schitterende omgeving met slikkerige en glooiende graslanden, knotwilgen die half onder water staan en de fraaie rivierbeddingen van de Waal. In dit gebied staan nog enkele reusachtige en fraaie essen die ogenschijnlijk onaangetast zijn door de essentaksterfte, veroorzaakt door een schimmel.


Kasteel Waardenburg en de fraaie uiterwaarden
Via de Waalbandijk verlaten we de uiterwaarden en passeren we de Oersprongmuseum tegen de dijk aan en de poldermolen van Waardenburg. Het zicht vanaf hier op de uiterwaarden met de vele knotwilgen en weilanden is schitterend. Aan de linkerkant zien we kasteel Waardenburg op een soort schiereiland liggen. Kasteel Waardenburg stamt oorspronkelijk uit 1283, maar door een aantal aanpassingen, verwoestingen en renovaties zie je zowel oude als nieuwere elementen. We vervolgen onze weg door het park in de richting van kasteel Neerijnen. Hier zien we de jonge blaadjes van de voorjaarszonnebloemen - stinzenplant - alweer opkomen. We begeven on weer terug naar de parkeerplaats. Het was een fraaie wandeling met bijzondere elementen. Zeker de moeite waard om in het voorjaar terug te komen.




donderdag 28 april 2016

Blauwe Anemoon; bijzonder verschijning


Half weggedoken tussen de bosanemonen en het voorjaarshelmkruid steken tientallen plantjes hun stralende en paarsblauwe kopjes op. Het is de blauwe anemoon – Anemone apennina. Oorspronkelijk komt deze voorjaarsbloeier uit Zuid-Europa, maar werd in 1575 al in Nederland als tuinplant gekweekt. In 1827 is ze voor het eerst in het wild verzameld. Toch is de blauwe anemoon in Nederland een zeer zeldzame verschijning. Ze behoort tot de Nederlandse stinzenflora; voornamelijk bolgewassen die vroeger op buitenplaatsen werden aangeplant om de tuin te verfraaien. In Nederland is ze vooral te vinden op buitenplaatsen langs de binnenduinrand, langs de Utrechtse Vecht en in Friesland.

Blauwe anemoon - Anemone apennina



donderdag 31 maart 2016

Ommetje Nieuwersluis


Loenen aan de Vecht



Het Ommetje Nieuwersluis is een gemarkeerde wandelroute van 7 km langs fraaie buitenplaatsen langs de Vecht.



Startpunt: Parkeerplaats aan de Molendijk; Loenen aan de Vecht.

Extra achtergrondinformatie wat je o.a. op de route tegenkomt is hier te vinden.




De wandeling

Bij de parkeerplaats te Loenen aan de Vecht zie je de fraaie korenmolen De Hoop al op afstand liggen. Op steenworp afstand prijkt onder andere de buitenplaats Beek en Hof. Hier zie je langs de Vecht verschillende overtuinen waar volop stinzenplanten in bloei stonden. IJsvogeltjes scheerden luid piepend achter elkaar aan laag over het water. En dat midden in het dorp! De weg vervolgt zich over een oud jaagpad of trekpad, waar schepen vroeger voort werden getrokken. Diverse buitenhuizen sieren langs de Vecht, zoals het monumentale witte huis van buitenplaats Nieuwerhoek. Hier ben ik wat van de wandelroute afgeweken door onder andere een blik op buitenplaats Vreedenhoff te kunnen werpen. De route gaat verder langs onder meer fort Nieuwersluis, de Koning Willem III kazerne en buitenplaats Bijdorp. Al met al een bijzonder ommetje met een mooi zicht op de geschiedenis van een stukje Nederland.


Loenen aan de Vecht
Links: Zicht langs enkele Vechttuinen op korenmolen De Hoop
Rechts: Mooie leivorm van blauwe regen
Onder: Buitenplaats Vreedenhoff
Achtergrond: Buitenplaats Nieuwerhoek 

Blik op drie fraaie koepeltjes tijdens het ommetje:
links: Buitenplaats Oud over
Rechts: Buitenplaats Vegtlust
Onder: Buitenplaats Vreedenhoff

Stinzenplanten ommetje Nieuwersluis
Enkele stinzenplanten op de buitenplaatsen:
Links: Witte vorm van vroege sterhyacint (Scilla bifolia)
Rechtsboven: Kleine sneeuwroem (Scilla sardensis)
Rechtsonder: Voorjaarshelmbloem (Corydalis solida)











woensdag 16 maart 2016

Vechtroute; Rondje Nieuwersluis - Breukelen


Als er iets aan het voorjaar doet denken, zijn het wel de vroegbloeiende stinzenplanten op de buitenplaatsen. Dit zijn veelal bolgewasjes die vroeger uit het buitenland werden gehaald om het landgoed te verfraaien en om de omgeving te laten zien hoe vermogend je wel niet was. (Veel bollen waren vroeger duurder dan goud.) Tijd om eens de Vechtroute; Rondje Nieuwersluis - Breukelen te lopen. De officiële route is 4,5 km lang, maar de route kan makkelijk uitgebreid worden door onder andere een aantal grote overtuinen, die bij enkele buitenplaatsen horen, te bezoeken.


Loenersloot

Voordat we aan de wandelroute begonnen, deden we landgoed Loenersloot aan. Een korte wandeling over het 18e en 19e eeuwse park voert langs diverse bruggetjes, schuilbunkers uit de 2e wereldoorlog waar nu zo'n 7 soorten vleermuizen in huizen en geeft een blik op het theekoepeltje uit omstreeks 1715 van de buitenplaats Valk en Heining.

Landgoed Loenersloot en koepel van Valk en Heining
Landgoed Loenersloot en koepel van Valk en Heining

Rupelmonde

De wandelroute begint bij het dorpje Nieuwersluis en passeert onder andere fort Nieuwersluis. Eén van de eerste buitenplaatsen langs de route is Rupelmonde; het huidige landhuis stamt uit 1768. De buitenplaats is vernoemd naar het plaatsje Rupelmonde in België. 

Buitenplaats Rupelmonde
Buitenplaats Rupelmonde

Sterreschans

Na de Franse plunderingen in de gemeente Utrecht in 1672 werden op de grens tussen Zuid Holland en Utrecht verschillende schansen gebouwd ter verdediging. Na het wijken van het oorlogsgevaar werd er na 1688 op 1 van de schansen de buitenplaats Sterreschans gesticht. De theekoepel aan het water stamt uit omstreeks 1920. Op de buitenplaats stond de bonte krokus volop in bloei. De bijbehorende overtuin, een landschapspark, is vrij toegankelijk.

Landgoed Sterreschans
Velden vol bonte krokussen op Sterreschans

Over-Holland

Vroeger behoorde het stukje grond waar het huis op werd gebouwd tot Noord-Holland, terwijl de rest van de oeverwallen (en de buitenplaatsen) tot Utrecht behoorde. De buitenplaats Over-Holland is in 1676 opgericht en heeft een fraaie overtuin.

Buitenplaats Over-Holland
Massale bloei van sneeuwklokjes op Over-Holland 

Ridderhofstad Gunterstein

In het plaatsje Breukelen, aan de overkant van de Vecht, ligt landgoed Gunterstein.
Het eerste kasteel werd omstreeks 1300 gebouwd.  In 1508 veroverden Bourgondiërs het huis. In 1511 werd het kasteel door de Utrechtenaren ingenomen en gesloopt. In 1518 verrees er een nieuw kasteel en in 1539 werd Gunterstein erkend als Ridderhofstad. Na de Franse belegering staken de Fransen in 1673 Gunterstein in brand. Na aankoop van de ruïne in 1680 prijkte er echter alweer snel een nieuw kasteel; het huidige Gunterstein. Het landgoed is 115 ha groot en deels opengesteld.

Gunterstein
3e kasteel Gunterstein


Leeuwenburg

Op weg naar huis reden we langs landgoed Leeuwenburg te Maarsen. Ook hier bloeiden krokussen massaal.

Landgoed Leeuwenburg
Leeuwenburg bestaat uit 2 aan elkaar gebouwde huizen


Waardering wandelroute Rondje Nieuwersluis - Breukelen




maandag 14 maart 2016

Groot sneeuwklokje langs de vecht


Tijdens een wandeltocht langs diverse buitenplaatsen aan de Vecht bij Breukelen stuitte ik op een aantal groeiplaatsen van een bijzonder sneeuwklokje; mogelijk is het het groot sneeuwklokje. In dit geval de Galanthus elwesii var. elwesii. Deze stinzenplant komt oorspronkelijk uit zuidoost-Europa (, o.a. Turkije) en werd in 1941 voor het eerst in Nederland aangetroffen op een landgoed in Wassenaar. Normaal gesproken blijft de soort na aanplant altijd keurig in pollen groeien omdat ze zich moeilijk in de natuur in ons land uitzaait. Tóch lijkt het erop dat de soort (mits het de elwesii is!) zich langs de Vecht wel uitzaait en een natuurlijker ogende groeiwijze laat zien. Het groot sneeuwklokje is meer dan 20 cm hoog. Op deze vindplaatsen haalde de soort dat niet.


Groot sneeuwklokje - Galanthus elwesii var. elwesii
Groot sneeuwklokje - Galanthus elwesii var. elwesii


Groot sneeuwklokje - Galanthus elwesii var. elwesii
Zaailingen en nauwelijks grote pollen





zaterdag 2 januari 2016

Winterbloeiers goed voor hommels



Terwijl de winter alsnog voorzichtig probeert om ons land te betreden, staan de eerste bloemen alweer in volle bloei. Het zijn vooral sneeuwklokjes en winterakonieten die al hun bloemen tonen. Oorspronkelijk zijn deze plantjes ingevoerd om buitenplaatsen en kloostertuinen te verfraaien. Aardhommels zijn maar wat blij met deze vroege bloeiers. In de winter sterft de hele kolonie uit en blijft de koningin moederziel alleen achter. Rond februari kruipt ze het holletje uit; haar eitjes zijn uitgekomen en ze moet op zoek naar voedsel om de kolonie nieuw leven in te blazen. Winterbloeiers als sneeuwklokjes en winterakonieten komen dan ook als geroepen.


Sneeuwklokjes en winterakonieten


dinsdag 12 mei 2015

Bijzondere stinzenplanten Amelisweerd


Bunnik


Langs de Kromme Rijn, in de gemeente Bunnik (Utrecht), licht het fraaie landgoed Amelisweerd. Rond deze tijd staan er vele stinzenplanten rijkelijk te bloeien.


Bostulp - Tulipa sylvestris



De bostulp komt op Amelisweerd op diverse plaatsen voor. Meestal bloeit maximaal 10% van de planten, maar op Amelisweerd waren stukken waar het bolgewasje massaal in bloei stond. Mogelijk zijn deze bollen dus pas aangeplant, of is de grond behoorlijk omgewoeld geweest. Dat bevordert ook de bloei. De bostulp heeft een iets ander uiterlijk dan de meeste tulpen. Haar groengele kopje hangt totdat ze vol in bloei staat en dan ineens vouwt ze haar fraaie gele blaadjes rechtop woest en wijd open. Ook vermeerdert ze zich anders dan de meeste tulpen; niet bloeiende planten vormen lange wortelstokken waaraan uiteindelijk een nieuwe bol ontstaan.


De bostulp komt voornamelijk in Friesland en in mindere mate in Utrecht en in de kustgebieden voor. Ze is ooit vanuit Zuid Europa ingevoerd om landgoederen te verfraaien. Toentertijd waren tulpenbollen goud geld waard. De eerste vermelding in Nederland stamt uit 1770 bij Slot Hagestein te Vianen. De oudste vermelding uit Limburg is 1811.


Dubbele bosanemoon - Anemone nemorosa 'Vestal'

Kunnen gewone bosanemonen de bossen omtoveren tot een wit tapijt met een soms rossige gloed, de dubbele bosanemoon zijn nóg intenser wit. Dit fraaie wortelstokplantje werd in de 19e eeuw door de Duitse botanicus Maximilian Leichtlin (1831-1910) voor het eerst geïntroduceerd. Ze kan zich alleen door de wortelstokken vermeerderen en bloeit net iets later dan de gewone bosanemoon.



Wilde hyacint - Hyacinthoides non-scripta (Scilla non-scripta)

Wanneer dit bolgewasje zich thuisvoelt, kan ze zich massaal uitbreiden en hele bossen omtoveren met haar prachtige blauwe gloed. Botanici zijn het er nog steeds niet over eens of de wilde hyacint in Nederland (in de duingebieden) inheems is. Ze is echter op veel landgoederen aangeplant en behoort hier dan ook tot de stinzenplanten. De echte wilde hyacint geurt en heeft tot 1cm brede bladeren. De top van de bloemsteel hangt met haar bloemen naar 1 kant voorover gebogen. In Nederland komt de wilde hyacint in zuivere vorm nauwelijks meer voor. Ze heeft zich in de loop der tijd veelal gekruist met de eveneens aangeplante Spaanse hyacint (Hyacinthoides hispanica). De bladeren van Spaanse hyacint zijn ongeveer 1.5cm breed, de bloemen reukloos en de bloeiwijze rechtop gericht.



Dichternarcis of witte narcis - Narcissus poeticus

De witte narcis komt oorspronkelijk uit Zuid Europa. De Narcissus poeticus var. recurvus (N. poeticus 'pheasant's eye) is de wilde en geurende variant met een groenige bloemkern. In Nederland is vooral ook de cultivar Narcissus poeticus 'Actea' aangeplant. Deze geurt niet, de bloemen zijn groter en hebben geen groenige kern.










zondag 12 april 2015

Oosters blauw op Clingendael

Den Haag


Landgoed Clingendael in Den haag staat bekend om haar exotische Japanse tuin. Het park zelf is echter ook erg fraai. Kort geleden stuitte ik op een 250-tal bloeiende Oosterse anemonen (Anemone blanda). Haar flinterdunne kroonblaadjes wuifden sierlijk in de wind tussen het groene bladerdek.
De Oosterse anemoon lijkt sprekend op de blauwe anemoon (Anemone apennina), maar bij de eerste zijn de onderzijde van de bloemblaadjes onbehaard, zijn de ingesneden grondbladen niet van een steeltje tussen de slippen voorzien en heeft zij wortelknollen en geen wortelstokken.
Oorspronkelijk komt de Oosterse anemoon uit het oostelijke deel van het Middellandse zeegebied. Zij werd pas in 1898 in Engeland ingevoerd en sindsdien is ze op landgoederen gestaag aan een opmars bezig als een nieuwe stinzenplant.











zaterdag 4 april 2015

Lenteklokjes doen het goed op landgoed Dordwijk



Dordrecht



Landgoed Dordwijk

Onlangs weer eens terug geweest naar het fraaie landgoed Dordwijk in Dordrecht, waar we in 2008 een paar duizend lenteklokjes hadden aangeplant. Lenteklokjes, behorende tot de stinzenplanten, slaan soms lastig aan. Het was dan ook wel fraai om de vele bolgewasjes in bloei te zien staan. Naast de 'pas' aangeplante soorten, groeien op het landgoed vooral veel winterakonieten en gewone en gevulde sneeuwklokjes.


Lenteklokjes zijn één van de vroegst bloeiende planten in Nederand.
Ze tonen hun groen gepunte, witte kroontjes al in februari.

Gevuld sneeuwklokje en winterakoniet op Dordwijk

Boerenkrokus (Crocus tommasinianus) en Oosterse sterhyacint (Scilla syberica)



maandag 16 maart 2015

Stinzentocht op landgoed Elswout


Overveen


Onder de rook van Haarlem, tegen de duinen van Bloemendaal, ligt het fraaie landgoed Elswout. Het 85 ha grote gebied is eigendom van Staatsbosbeheer en herbergt een grote rijkdom aan stinzenplanten. Soorten die er voorkomen (pdf) zijn onder andere de bosanemoon, blauwe anemoon, daslook en winterakoniet.

Landgoed Elswout

Sneeuwklokjes

Op Elswout komen verschillende sneeuwklokjessoorten voor. Tijdens de stinzentocht stuitten we op 3 soorten


Dubbel sneeuwklokje - Galanthus ‘Flore pleno’

Deze cultivar wordt al sinds 1703 gekweekt en begint iets later met bloeien dan de start van de bloei van het gewone sneeuwklokje. Ze valt op afstand net iets meer op door haar forsheid van de witte ‘hoepelrok’.

links: Galanthus 'Flore Pleno'
rechts: Galanthus nivalis


Sneeuwklokje – Galanthus nivalis

Sneeuwklokjes zijn inheems in Centraal en Zuid Europa en ze werd al eeuwen geleden naar Nederland gehaald om kloostertuinen en landgoederen op te vrolijken. Over het sneeuwklokje werd mogelijk voor het eerst geschreven in de 4e eeuw voor Christus. Toen nog aangeduid als Leucoion – witte viool. Er werden echter meerdere planten met deze naam aangeduid. In de 16e eeuw verschenen door de boekdrukkunst de eerste afbeeldingen van het sneeuwklokje en werd toen soms ook wel Narcissus genoemd. De Zweedse botanicus Linnaeus (1707-1778) maakte hier korte metten mee en bedacht de soort Galanthus nivalis. Leucoion werd door hem toegekend aan het lenteklokje en zomerklokje, onder de naam Leucojum. De naam Galanthus nivalis is afkomstig van het Grieks: gala (melk) en anthos (bloem) en het Latijs: nivalis (in de sneeuw bloeiend of sneeuwwit).


Glanzend sneeuwklokje – Galanthus woronowii


Galanthus woronowii

Galanthus woronowii werd in 1935 door een Russische botanicus gevonden. De naam is afkomstig van een Georgische plantenverzamelaar, genaamd Woronow. Oorspronkelijk komt dit plantje uit Georgië, Rusland en Turkije en hoewel ze zich goed vermeerdert, wordt ze uit bepaalde landen in grote aantallen uit het wild gehaald om aan de vraag te kunnen voldoen. Galanthus woronowii lijkt op de Galanthus ikarae. De eerstgenoemde heeft echter (licht)groen blad en is de groene vlek op de bloem minder dan de helft van het binnenste bloemblad. De ikarae heeft donkergroen blad en beslaat de groene vlek van de bloem minimaal de helft van het binnenste bloemblad.


Winterakoniet – Eranthis hyemalis

Al gedurende de winter steekt de winterakoniet haar kopje op en als de zon schijnt, ontvouwt ze haar glanzend gele bloempjes. Oorspronkelijk komt ze uit de Zuid-Europese bergstreken en groeit ze daar in loofbossen. In Nederland wordt ze sinds de 17e eeuw vermeld. Bij ons is ze oorspronkelijk aangeplant op landgoederen en in kloostertuinen. Eranthus hyemalis komt uit het Grieks: er (voorjaar), anthos (bloem) en hyemalis (in de winter bloeiend).


linksboven/rechtsonder: winterakoniet
linksonder en rechts: diverse krokus-cultivars.

Krokus


Op Elswout komen verschillende krokussoorten voor. Hier afgebeeld staat een cultivar van de bonte krokus (Crocus vernus) en een gecultiveerde gele krokus.






zaterdag 28 februari 2015

Niet elk sneeuwklokje is gelijk


Utrecht

Als de eerste sneeuwklokjes de kop opsteken, komt er weer kleur in de natuur. De dagen gaan lengen en iedereen lijkt uit hun winterslaap te komen om goed gemutst de nieuwe dag te begroeten. Niet voor niets werd dit bolgewasje al vanaf de middeleeuwen vanuit zuidelijker Europa naar Nederland gehaald om landgoederen en kloostertuinen op te vrolijken. Ze is dan ook echt een stinzenplant.


Zee van sneeuwklokjes op Nieuw Amelisweerd in Bunnik

Niet elk sneeuwklokje is hetzelfde. Er bestaan 20 soorten wilde sneeuwklokjes die binnen hun soort ook weer kleine afwijkingen kunnen hebben. Daarnaast zijn er honderden cultivars. In Nederland komt het gewone sneeuwklokje (Galanthus nivalis) het meeste voor. Daarnaast is de in 1731 in cultuur gebrachte dubbelbloemige variant Galanthus nivalis 'Flore Pleno' ook op veel landgoederen te vinden.

Galanthus nivalis 'Flore Pleno' (boven) en het gewone sneeuwklokje (G. nivalis)
bloeien rijkelijk op landgoed Oostbroek in de Bilt.

Minder algemene soorten die je op landgoederen kunt treffen zijn oa het in pollen groeiende groot sneeuwklokje (Galanthus elwesii) met haar brede, blauwgroene bladeren en forse bloemen en het glanzend sneeuwklokje (Galanthus woronowii) met haar lichtgroene, glanzende bladeren.

Boven: 
Groot sneeuwklokje (Galanthus elwesii var. monostrictus) op landgoed Sandwijck in de Bilt
Onder:
Glanzend sneeuwklokje (Galanthus woronowii) in de sneeuwklokjeslaan op 
Nieuw Amelisweerd in Bunnik



donderdag 8 mei 2014

Op zoek naar de wilde tulp



Wie aan Nederland denkt, denkt aan tulpen. Alleen al op de Keukenhof bloeien er miljoenen en jaarlijks worden er landelijk meer dan 4 miljard gekweekt. Toch groeit er in Nederland maar 1 wilde tulpensoort; de bostulp en deze komt oorspronkelijk uit Zuid Europa. De schoonheid van het plantje, de geschiedenis van onze cultuur en de verbondenheid van deze soort  met landgoederen gaf me de kriebels om op zoek te gaan naar de bostulp in Nederland.


Trip naar Friesland

De beschermde bostulp komt vooral in Friesland voor en we besloten dan ook de landgoederen Martenastate (Koarnjum), het op steenworp afstand gelegen Dekemastate (Jelsum) en de begraafplaats van Ternaard te bezoeken. Op de landgoederen bloeiden de bostulpen uitbundig, maar o.a. ook Haarlems klokkenspel en bosvergeet-mij-nietje toonden hun rijke bloei. Leuke bijkomstigheid waren de tuinfairs op de landgoederen met naast planten en snuisterijen ook ambachtelijke lekkernijen. Daarna ging onze zoektocht naar de begraafplaats van Ternaard. Deze trekt jaarlijks vele bezoekers om de duizenden bostulpen te zien bloeien. Ternaard kwam vorig jaar in het nieuws doordat het terrein per ongeluk (?) te vroeg – tijdens de bloei van de tulpen –was gemaaid.  We sloten ons dagje af aan een bezoekje aan de Waddenzee om heerlijk uit te waaien.


Geschiedenis van de tulp

Rond 1570 kwamen de eerste tulpen in Nederland terecht. Het was een statussymbool om een tulp in je tuin te hebben, want het vermeerderen van een tulp ging langzaam, maar de vraag naar tulpen steeg snel. Tussen 1634 en 1637 was er zelfs zo’n tulpengekte, dat men voor een bolletje gerust een paar duizend gulden moest betalen. Er werden speciale vazen ontwikkeld om dit vergankelijke goud in huis te hebben staan. Natuurlijk meestal maar 1 bloem per vaas.

Bostulp – Tulipa sylvestris

In april zijn de groengele, geknikte kopjes van de bostulp te vinden. Wanneer de zon schijnt, gooit ze binnen een half uur haar hoofd omhoog en ontluikt ze haar gele kroonblaadjes zo wild, alsof ze net uit bed komt. ’s Avonds en met donker weer sluit ze haar bloem weer. De bloemen bevatten geen nectar en in ons land ontwikkelt de plant geen rijpe zaden. De vermeerdering is aangewezen op de vorming van lange uitlopers waaraan het einde een nieuw bolletje ontwikkeld. Dit doen alleen de bollen die niet in bloei staan. De naam Bostulp is eigenlijk verkeerd gekozen, want ze groeit het liefst op wat zonnigere plaatsen zoals in bosranden, graslanden, wegbermen, boomgaarden en uiterwaarden. Elk jaar bloeit maar een klein deel van de tulpen. Hoe voedselrijker en schaduwrijker de grond, hoe slechter de bloei. Lichte grondbewerking kan de bloei bevorderen.


Verspreiding Bostulp

De bostulp komt van nature voor in Italië, Sardinië, Sicilië en de Balkan. In de tweede helft van de 16e eeuw is ze vanuit de Italiaanse stad Bologna naar Centraal en Noord Europa vervoerd. Vooral met de opkomst van de Engelse landschapsstijl is de bostulp op veel landgoederen in Europa aangeplant. Van daaruit verwilderen ze al snel en gedroegen ze zich in een aantal wijngaarden als onkruid. In Nederland komt ze, door haar voorkeur voor humeuze kleigrond, vooral in Friesland en deels in Zeeland voor, maar ook in de andere provincies is ze wel te vinden.