zaterdag 7 september 2013

Springvliegers in de rododendrons


Wie in de zomermaanden langs een groepje rododendrons loopt, kan regelmatig rood-groene insectjes  op de bladeren zien zonnen. Bij gevaar vluchten ze naar de onderkant van het blad, of springvliegen ze naar een veiliger heenkomen.  Het zijn rhododendroncicaden (Graphocephala fennahi). Omstreeks 1930 is deze cicade met plantmateriaal meegekomen vanuit Noord Amerika naar Engeland. Zo’n 30 jaar later heeft de soort zich ook over de rest van Europa verspreid .

 


De rhododendroncicade is van juli tot november aanwezig en vanaf augustus boort  ze een gaatje in de bloemknoppen om in de knopschubben eieren te leggen. De larven leven van het plantensap. Volwassen cicaden kunnen ook van andere planten sap zuigen. De schade door de cicade zelf is meestal beperkt, maar ze helpt mee met de verspreiding van de schimmel ‘Pycnostysanus azaleae’, die via het boorgaatje de knop in kan dringen. De aangetaste knoppen worden bruin en sterven af. De buitenkant van de knop is dan bedekt met knotsvormige sporendragers. Hoewel de aangetaste knoppen jarenlang aan de struik kunnen blijven zitten, kunnen er direct naast gezonde knoppen tot bloei komen. Toch kan de schimmel ook twijgsterfte veroorzaken. Indien de cicade (en daarmee de schimmel) een plaag vormt, kan men in het voorjaar de aangetaste knoppen verwijderen, om zo de larven weg te nemen en de schimmel terug te dringen.

 

dinsdag 3 september 2013

Golfsurfen Scheveningen 31 augustus 2013


Foto's van het golfsurfen.






 

Hiken over het eiland Tiengemeten

 
klik op foto voor vergroting



Zondag 1 september stond er door Outdoorfriends een wandeltocht over het eiland Tiengemeten gepland. Haar naam dankt het eiland aan toen het nog een zandplaat was van zo'n 10 gemeten. Een gemet was ongeveer 0,5 ha. Tegenwoordig is Tiengemeten wel 1000 ha groot. In 2006 is het eiland omgevormd van landbouwgrond naar natuur. Er werd onder andere een gat in de dijk gemaakt, waardoor een groot deel van het eiland via kreken onder invloed staat van getijdenwerking van de Haringvliet



Omstreeks 10.30 werden we bij de veerpont op Zuid-Beijerland verwacht en vervolgens maakten we de korte oversteek naar het natuureiland, dat onderdeel uitmaakt van onze ecologische hoofdstructuur. In het bezoekerscentrum zelf werden we verwelkomd door kwetterende zwaluwen in de nok van het dak. Fris en fruitig begon onze wandeltocht over het eiland. Ons doel was om alle gemarkeerde wandelroutes aaneen te sluiten voor een wandeltocht van 17 km.
We begonnen aan de rode route, die gedeeltelijk wordt getooid door metershoge late guldenroede, een gele plant uit Noord-Amerika. Hier en daar keken we uit over plassen en moerassen waar lepelaars en grote zilverreigers foerageerden. Terwijl duizenden eenden, veelal smienten, in rust lagen te dobberen, groepeerden honderden spreeuwen als een bijenzwerm aan de hemel. Een overvliegende strandleeuwerik zong klingelend zijn deuntje.




Na een korte bezoek aan een vogelhut op palen, vervolgden we onze weg over de dijk om bij Herberg Tiengemeten aan te vallen aan de frisdrank, koffie, appelgebak en de eilandse kwarktaart. We vervolgden onze weg langs de dijk terug naar het bezoekerscentrum. In de berm vlogen een tiental klein geaderd witjes.



We stapten over op de blauwe route, die uitkeek over wat droger terrein en mooie vergezichten. Bijzonder waren de bonte vegetatieverschillen tussen hoger en lager terrein. Rond de opgedroogde graslandpoelen groeiden vooral watermunt en rode ogentroost, een halfparasiet. Het wandelpadniveau was wat ruiger met grassen, distels en kamille en op de natte plekken, vooral buitendijks, groeiden hier en daar velden vol moerasvergeet-mij-nietjes, kattenstaart en late guldenroede. Tientallen schotse hooglanders hadden hun hangplek aan een plas. Een haas had zich gedrukt in het veld en verdween vervolgens met grote sprongen in het ruige gras. Een koekoek keek over het landschap uit in één van de weinige bomen. Via een dwaaltocht tussen velden vol guldenroede bereikten we de rietheuvel, een opgeworpen heuvel in het uiterste noordwesten van het eiland.



We vervolgden onze weg terug en via de gele route namen we nog een laatste stop op de Vliedberg. Van oorsprong een vluchtplaats voor mens en vee bij hoog water en overstromingen, maar nu vooral een schitterend uitkijkpunt. Hierna was het een korte wandeling terug naar de veerpont. Moe maar voldaan kunnen we terugkijken op een gezellig dagje Outdoorfriends.




zaterdag 25 mei 2013

Vakantie Lesbos


27 april t/m 23 mei 2013



klik op foto's voor vergroting




Het eiland Lesbos

 
 
De nummers op de kaart komen overeen met de beschrijvingen in dit album.

Met een oppervlakte van 1630 km2 is Lesbos één van de grootste eilanden van Griekenland. Er wonen ongeveer 90.000 mensen en ligt op zo'n 8 km van Turkije vandaan. Het eiland is door twee, nu niet meer actieve, vulkanen ontstaan. De oorspronkelijke vulkaankegels zijn gezonken, waardoor de twee baaien op Lesbos zijn ontstaan: de golf van Kallonis en de golf van Gera. Het noordelijke deel van het eiland is onvruchtbaar en kaal, het zuidelijke deel vruchtbaar en bebost. Hier groeien ongeveer 11 miljoen olijfbomen. In 2012 is het gehele eiland door UNESCO opgenomen als Global Geopark Network.
 

 
01: Verblijf Skala Kallonis

 

 

Skala Kallonis is een authentiek, klein vissersdorpje in het centrum van het eiland. Veel vogelaars, wandelaars en botanisten kiezen dit plaatsje als uitvalsbasis om het eiland te ontdekken. In de kreekjes en moerasjes in en rond het dorpje wemelt het van de boomkikkers, waterschildpadden en ralreigers.
 
 
Zelf zat ik in hotel Aegeon, een verblijf zonder onnodige luxe. Hier begon de dag met een heerlijk ontbijt op het terras en eindigde de avond aan de bar, om elkaars waarnemingen en tips uit te wisselen.
 
 
 
 
02: Zoutmeren

 
 
Lesbos is een waar vogelparadijs. Er komen zo'n 340 soorten voor, vooral gedurende de trektijd. Nabij Skala Kallonis liggen de zoutmeren van Kalloni. Hoewel de zoutwinning nog volop in bedrijf is, is het een grote trekpleister voor veel vogels. Duizenden flamingo's, steltkluten, zilverreigers en andere gevleugelden foerageren en rusten hier.  
 
 
 

 03: Op en rond groene Olympus

 
 
Hoewel de top van het Olympusgebergte nagenoeg onbegroeid is, zijn de hellingen weelderig begroeid met naald en loofbossen. Een onduidelijk kaartje met orchideeënvindplaatsen leidde me over stoffige bospaadjes vol kuilen naar de mooiste plekjes. Toch was het nog goed zoeken om de orchideeën te vinden. Vooral de bloemrijke, eeuwenoude tamme kastanje bossen tussen Agiasos en Megalohori waren erg fraai.


 
 


04: Trail naar klooster Limonos



Net buiten het plaatsje Kerami was een een moerasje waar in alle vroegte al tientallen vogelaars stonden te turen. Hier zaten veel Kaspische beekschildpadden. Niet ver daar vandaan stond het klooster Metohi van waarachter een verscholen pelgrimspaadje de bergen in ging naar het fraaie klooster Limonos.
 
 
 
 
 
05: Lambou Mili & Loutra headland

 
 
In een beschrijving van orchideeënvindplaatsen op Lesbos stond het gebied rond Lambou Mili goed aangeschreven. De auto geparkeerd bij een groene fabriek en verschillende mooie trails door de bergen gelopen. Helaas bleken de meeste orchideeën al te zijn uitgebloeid.
 
 
Bij Loutra headland met de auto stoffige en stenige landweggetjes af gegaan die zó slecht en soms zó steil waren dat ik me afvroeg of het autootje niet eens ondersteboven zou rollen. Hier stonden duizenden orchideeën, waarvan de meeste ook weer waren uitgebloeid. Het was 35 graden en een frisse duik in zee zorgde voor enige verkoeling.

 

06: Afgelegen Makara

 
 
Niets is leuker dan bijna ontoegankelijke plekjes te bezoeken en het doel was dan ook om langs de golf van Kallonis naar de monding in de Egeïsche zee te gaan. Hier scheen een strandje (en minuscuul plaatsje) genaamd Makara te zijn. De TomTom kende het plaatsje niet, maar ik kon wel een aanwezige weg selecteren. Het landschap was bergachtig kaal met wat dwergstruikjes en een paar losgelaten bomen. Het weggetje was niet meer dan een stoffig paadje met keien, kuilen en scheuren. Hier en daar stond een klein geitenhutje en enkele verdwaalde woningen. Dit was het landschap van de bijeneters, scharrelaars, roodstuitzwaluwen, klauwieren en Aziatische steenpatrijzen.
 
 

 
07: Het westen: Andissa en Sigri



 

Het wilde westen stond op het programma, om een aantal afgelegen orchideeënspots en het versteende woud te bezoeken. De TomTom werd ingesteld om vanaf het plaatsje Hidira een landweggetje naar Andissa te nemen. In het gehuchtje Hidira keken de bewoners me onderzoekend aan toen ik de auto door de smalle en kronkelige straatjes wurmde, om vervolgens in the middle of nowhere te verdwijnen. Het berglandschap met de dwergbegroeiing was schitterend, maar al gauw wist de TomTom en de kaart het niet meer. In de verte stonden windturbines en via smalle paadjes de weg daar naartoe vervolgd. Bij Andissa groeiden vele bijenorchisachtigen en een heerlijk verfrissende duik genomen nabij Sigri.
 
 
 
 
Laatste dag

Aan al het goede komt een einde. Op de laatste dag nogmaals op het Olympus-gebergte rond gestruind. Het autootje moest weer worden ingeleverd, maar deze was zó stoffig en vuil, dat je de oorspronkelijke kleur nauwelijks meer kon zien. Aangezien er in de kleine lettertjes van het huurcontract staat dat er met de auto niet op onverharde wegen mag worden gereden, besloot ik de auto te gaan wassen en meteen een duik te nemen bij Makara. Wonder boven wonder stonden hier een paar verweerde stranddouches. Ik zette de auto onder de spuitkoppen en draaide van achteren de kraan open. Het water spoot er meteen in harde stralen in alle richtingen uit, behalve de goede: de auto was droog en ik drijfnat.

De volgende ochtend in Skala Kallonis van iedereen afscheid genomen en met het vliegtuig weer terug naar Nederland gegaan.

Als je van vogelen, wandelen of van wilde orchideeën houdt, is Lesbos zéker de moeite waard. Ooit hoop ik er nog eens terug te komen, maar dan een paar weken eerder...
 
 

dinsdag 23 april 2013

Gele anemoon op landgoed Sandwijck


De Bilt

Op landgoed Sandwijck stuitte ik op een groepje gele anemonen. Van een afstandje leek het op speenkruid, maar de gedeelde blaadjes lieten al direct zien dat het om een anemoon ging. De gele anemoon is een zeldzame plant en komt in Nederland van nature alleen voor in Limburg. In 1683 wordt ze al vernoemd in het Haarlemmerhout en het Haagse bos. Sindsdien wordt ze op veel meer buitenplaatsen vermeld en is ze dan ook een echte stinzenplant.
Het sap van deze anemoon is giftig en werd in Siberië als gif gebruikt voor pijlpunten.


Gele anemoon; Anemone ranunculoides


Bostulp en grote sneeuwroem


Bunnik & de Bilt


Op Amelisweerd lieten de bostulpen al hub gele knoppen zien. Op Sandwick stond grote sneeuwroem in bloei.




Anemone nemorosa 'Vestal'; Bosanemoon met een halskraag


Bunnik

Tussen de bloeiende bosanemonen op Oud Amelisweerd stonden enkele groepjes anemonen die nét iets lichter van kleur waren. Deze bleken bloemen met een halskraagje te hebben. Het gaat hier om de vrij zeldzame Anemone nemorosa 'Vestal'. De herkomst van de soort is onbekend, maar wordt al in 1870 in Engeland genoemd. De oorspronkelijke meeldraden zijn in kroonbladen veranderd, waardoor de soort zich niet met zaad kan vermenigvuldigen. Zij is dan ook aangewezen op vermeerdering door kruipende wortelstokjes. 'Vestal' begint meestal wat later met bloeien dan de gewone bosanemoon. 'Vestal' groeit op verschillende buitenplaatsen langs de Vecht.


Anemone nemorosa 'Vestal'


Blauwe bosanemoon


Bunnik & de Bilt

Verscholen in het bos op landgoed Oud Amelisweerd en landgoed Sandwijck groeiden enkele blauwe bosanemonen. Deze variant zie je zelden. Waarschijnlijk gaat het om de Anemone nemorosa 'Allenii'.

Anemone nemorosa 'Allenii'?

Riettulpen in bloei


Bunnik


Aan de rand van een rietveld, vlak bij het landgoed Oud Amelisweerd, stonden tientallen kievitsbloemen te bloeien. Deze riettulpen zijn hier hoogstwaarschijnlijk aangeplant, want ze stonden in een afgezonderd groepje bij elkaar. Wanneer de kievitsbloem nog gesloten is, heeft ze wel wat weg van een kievitsei en de plant bloeit wanneer de kieviten hun eieren leggen; in maart en april. De Latijnse naam is Fritillaria meleagris. Fritillus betekent dobbelbeker. De bloemen zijn gestipt als een dobbelsteen en de bloemkroon is gevouwen als een beker. Meleagris betekent gevlekt verendek, zoals van een parelhoen.

 

De wilde kievitsbloem is een zeldzame soort in Nederland en gaat nog steeds achteruit. Ontwatering, intensivering van de landbouw (veelvuldig maaien) en overbemesting zorgen nog steeds voor het verdwijnen van groeiplaatsen. Wordt er op de ene plaats een vermogen uit gegeven om het plantje te redden en het gebied te beschermen, op de andere plaats wordt er gewoon jaarlijks slootafval op gedeponeerd, heeft de groeiplaats te lijden onder een wegverbreding en kwijnt ze weg in het ongemaaide ruigte. De kievitsbloem komt in geheel West Europa voor, alhoewel ze ook elders op veel plekken verdwenen is. In Nederland groeit nog 80% van onze populatie langs de Vecht en langs Het Zwarte Water in Zwolle. Een makkelijke plant is het niet; het zaad doet er minimaal 5 jaar over om uit te groeien tot bloeiende plant en ze geeft de voorkeur aan een vochtige bodem met als grondsoortovergang: klei-op-veen naar veen. Buiten haar natuurlijke groeiplaatsen is de wilde kievitsbloem ook een zeldzame stinzenplant, die vroeger op buitenplaatsen werd aangeplant om de tuinen en het park te verfraaien.



maandag 22 april 2013

Met het LOP de winter door


Landschaponderhoud Project (LOP) Movens -leiden


Het lentezonnetje begint in kracht toe te nemen en veel landgoederen laten weer hun fraaie bloemenpracht van de vele stinzenplanten zien. Ook het LOP haalt weer even adem. We zijn de koude winter goedgemutst doorgekomen en hebben weer een hoop werk verricht voor de opdrachtgevers. De meeste werklocaties van het LOP liggen nogal afgelegen. Lunchen doen we dan ook vaak in het open veld of in de bedrijfsbus. Deze winter hebben we dan ook extra werkjassen aangeschaft om de kou te trotseren. LOP Wendakker heeft deze winter met veel enthousiasme op voornamelijk landgoederen gewerkt.



 
Stoephout

Op Stoephout, een landgoedje in Wassenaar, hebben we een strook doorgeschoten hakhout terug gezet. Dit was hard nodig. De dikke elzen waren zo afgetakeld en gevaarlijk dat er zo nu en dan 1 op een doorgaande weg belandde. Met behulp van een lier konden we de overhangende bomen de juiste kant op krijgen. Op het landgoedje hebben we verder met behulp van bosmaaier en snoeigereedschap het gras en ruigte in een oude boomgaard aangepakt en paadjes hersteld.


De Wagenschuur

Op landgoed ‘De Wagenschuur’ in Wassenaar zijn we vooral bezig geweest met het wegzagen van ongewenst houtopslag en het verwijderen van slechte eiken met behulp van motorzagen, touw en lier. Hier is licht en ruimte vrij gekomen om struiken aan te planten. Oude stobben zijn tot in de grond weg gefreesd en het LOP heeft het stuk klaar gemaakt voor aanplant; met behulp van trekkers hebben we verteerde bladgrond aangebracht en met behulp van een tuinfrees de grond doorgewerkt. Het LOP helpt later dit jaar mee met de nieuwe aanplant. Doel van de aanplant is om het landgoed verder te verfraaien en om vogels en wilde dieren meer dekking te geven. Het LOP is ook druk bezig geweest om een aantal bospaden die al jaren nagenoeg ontoegankelijk waren, te herstellen. Met bosmaaiers, bladblazers, handzagen, snoeischaren en ander gereedschap gingen we bramen, ruigte, houtopslag en het blad te lijf. Op een landgoed als deze raak je nooit uitgewerkt, maar het LOP heeft er in ieder geval weer een plaatje van gemaakt.
 


 
SBB Elswout

LOP Wendakker wordt regelmatig ingehuurd door Staatsbosbeheer. Op landgoed Elswout, vlak bij Haarlem, heeft het LOP ook nu weer meegeholpen met het bladvrij maken van een groot aantal wandelpaden, fraaie moshellingen en schilderachtige zichtassen. Met behulp van bladblazers en handgereedschap hebben we bladrillen gemaakt, die een loonwerker met behulp van een borstelmachine kon afvoeren. Ook hebben we op het landgoed een aantal groepen oude en uitgezakte rododendrons afgezet, zodat ze weer fris uit kunnen lopen. Andere klusjes op het landgoed waren o.a. het verwijderen van bramen en het egaliseren van molshopen. In het duingebied is met behulp van handzagen en motorzagen houtopslag van esdoorns en Amerikaanse vogelkers verwijderd. Deze bomen en struiken zijn niet inheems in Nederland en als er niet ingegrepen wordt, overwoekeren ze de van nature voorkomende hout- en plantensoorten.

 
SBB zwerfvuil

Door het wegvallen van een LOP-ploeg zat SBB met een groot probleem. Deze werkploeg zorgde er immers voor dat het immens grote duingebied van SBB tussen Zandvoort en Wassenaar vrij werd gemaakt van zwerfvuil. De overgebleven LOP-ploegen van Movens zagen het dan ook als hun taak om dit werk over te nemen. Wandel- en ruiterpadenpaden werden afgestruind, duingebieden uitgekamd, hangplekken en parkeerplaatsen opgeruimd met als buit een ongelooflijke hoeveelheid aan zwerfvuil. Wandelaars waren zeer positief en zeiden zich te schamen dat de mensheid zoveel rotzooi kon achterlaten. Niet alleen knapt het duingebied door het verwijderen van het afval weer op (veel afval verteert niet of nauwelijks), maar ook vogels en dieren kunnen anders verstrikt raken in sommige afval of eten het plastic op, wat in hun maag achterblijft. Door het volle maaggevoel kunnen deze dieren uiteindelijk doodgaan aan voedselgebrek. Zolang er mensen in het duingebied komen, zal er altijd wel afval rondslingeren. De LOP-ploegen van Movens zullen dan ook geregeld het duingebied afstruinen om een bijdrage te leveren aan het opruimen van het zwerfvuil.


Privacy

Deelnemers van het LOP zijn erg trots op hun werk. Ze hebben dan ook allemaal getekend dat ze zichtbaar op de foto's mogen staan voor dit artikel op de website van het DAC. Deze andere foto's verschijnen binnenkort dan ook op de website van Movens en laten een nog beter beeld zien van ons werk.