donderdag 31 augustus 2017

Gepantserde soldaten in het bos


Voorschoten, 30 augustus 2017




De regen kwam geregeld met bakken uit de hemel. De werkzaamheden van het Landschap Onderhoud Project werden dan ook stilgelegd. Na veel wikken en wegen besloten we naar landgoed Duivenvoorde te gaan, om tussen de buien door het herstelde landschapspark te bewonderen. We waren echter niet de enige bezoekers op het landgoed; we stonden oog in oog met gepantserde soldaten die met hun vlijmscherpe wapenuitrusting ons de weg wilden versperren.

Landgoed Duivenvoorde Rivierkreeft
Rode Amerikaanse rivierkreeft in verdedigingshouding

Kort daarvoor hadden we dezelfde soort soldaatjes al op de bodem van het water zien scharrelen; Rode Amerikaanse rivierkreeften. Soms zaten ze even stil en soms zwommen ze pijlsnel achterwaarts door het water. We hebben in totaal zo’n 10 kreeftjes gezien, waarvan 5 op het land. Bij benadering gingen ze op hun staart zitten, richtten ze zich rechtop en wilden ons met wijd opengesperde scharen ontvangen. Ze herkenden wel degelijk het verschil tussen een takje en een hand en de LOP- begeleider had dan ook al snel wat aan zijn vinger hangen. In de werkschuur van het landgoed aangekomen bleek zelfs dáár een kreeft naar binnen te lopen. Die had vast trek in koffie.

De rode Amerikaanse rivierkreeft is een exoot en komt oorspronkelijk uit Noord Amerika. Vanaf 1970 werd de soort in Europa uitgezet voor consumptie. In Nederland werd de soort voor het eerst in 1985 aangetroffen. De laatste jaren is het aantal rode rivierkreeften vooral in het westen van ons land enorm toegenomen. Hoewel het erg grappig is om zo’n diertje tegen het lijf te lopen, doen ze in de natuur ook veel kwaad. Onze eigen Europese rivierkreeft is erg vatbaar voor de kreeftenpest, die de exotische kreeften verspreiden en dreigt daardoor in West Europa te verdwijnen. Ook kunnen de rode rivierkreeften, wanneer ze in groten getale voorkomen, waterplanten doen verdwijnen. Dit doen ze door middel van afknippen van de stengels en door het omwoelen van de bodem, waardoor het water vertroebelt. Verder graaft de soort zich in waterkanten, waardoor afkalving kan ontstaan. Ook eten de kreeften, naast plantaardig materiaal, dierlijk voedsel en doen zich graag tegoed aan amfibieëneieren. Rode Amerikaanse rivierkreeften kunnen zich zowel door het water alsook over land verspreiden en kunnen zelfs in een paar dagen tijd meerdere kilometers afleggen. Toch komt de grootste uitbreiding naar nieuwe wateren in Nederland waarschijnlijk door uitzetting van gehouden dieren en door verplaatsing via baggerwerkzaamheden. Hoewel snoeken, reigers, aalscholvers en otters graag een kreeftje naar binnen werken, lijkt de grote opmars van deze rode exoot niet te stoppen. Dan zou tóch de mens haar tanden er misschien wat vaker in moeten zetten.


zondag 6 augustus 2017

Heerlijk Grevelingenmeerweer


De Grevelingen heeft toch wel mijn hart gestolen. Makkelijk aan te rijden en snorkelend in het heldere water doet denken alsof je in het buitenland zit. Afgelopen weken dan ook meerdere keren in Zeeland onder gedoken. Erg fraai was een minuscuul klein diertje wat we tegenkwamen, hangend aan wier; een wandelend geraamte of spookkreeftje. Het diertje was zo'n 1,5 cm groot en behoort tot de vlokreeftjes. Met de schaarpoten vangt het dierlijk plankton.


zeepaddestoel, spookkreeftje of wandelend geraamte, gewone zeeappel, weduweroos
Zeepaddestoel, wandelend geraamte (spookkreeftje)
Gewone zeeappel, weduweroos

Oorkwal
De oorkwal is een voor de mens ongevaarlijke kwallensoort



woensdag 26 juli 2017

Stuntelige acrobaatjes in de duinen van Wassenaar


Wassenaar

Aan de rand van een duinmeertje, op de overgang van de moeraszone naar de dauwbramen van het droge duin, bewoog iets wat mijn aandacht trok. Half springend, half klimmend probeerde een gifgroen kikkertje zich een weg te banen tussen de plantjes. Verrek; een boomkikkertje, wat bijzonder! Vol medelijden maar ook gecharmeerd keek ik hoe het kikkertje zich stuntelig door de wuivende vegetatie bewoog, alsof ze dronken op een schip op zee zat tijdens een zware storm. Met haar op zuignapjes lijkende hechtschijfjes aan de ragfijne teentjes greep ze naar alles wat ze maar pakken kon om haar evenwicht te hervinden. Vervolgens trok ze zich verder omhoog en nam nogmaals een sprong in het wilde weg totdat ze een bramenblad vond dat zich wat meer in de luwte bevond. Daar stalde het kikkertje zich heerlijk in het zonnetje om zich op te warmen en uit te rusten.  


Peter Meeuwenoord
Gestuntel van jonge boomkikker in de vegetatie

Het lijkt goed te gaan met de boomkikkers in Hollandse duinen. Werd er voor het eerst in 2001 en in 2003 enkele boomkikkers roepend waargenomen in de duinen van Meijendel en de Amsterdamse Waterleiding Duinen, tegenwoordig komen ze in grotere aantallen voor rond meerdere plasjes in de duinen. Boomkikkers komen oorspronkelijk niet in dit gebied voor en zijn dan ook hoogstwaarschijnlijk illegaal uitgezet. Toch zien de meeste mensen deze stuntelige acrobaatjes als een aanwinst voor de omgeving.

Peter Meeuwenoord
Foeragerende en zonnende boomkikkers

In Nederland is de boomkikker erg zeldzaam. Ontwatering, verruiging, versnippering van de leefgebieden, overbemesting, intensiever maaien en het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen als poeltjes, haagjes, en bosschages zorgden er zelfs voor dat de soort in de jaren 90 van de vorige eeuw bijna was uitgestorven in ons land. Een aantal natuur beherende instanties hebben echter maatregelen getroffen en het lijkt weer iets beter te gaan met de boomkikker in Nederland.  Ook nieuwsgierig naar deze beestjes? Er worden door verschillende instanties excursies gegeven. Of luister naar de kwaakconcerten van april tot juli op warme zomeravonden in de duinen. Dan kun je met een beetje geluk tussen het ratelende geluid van de rugstreeppadden het oorverdovende gekek van de boomkikkers horen.



maandag 26 december 2016

NS Wandeling - De Hemelse Berg: Een sprookje


Onlangs een aantal bijzondere landgoederen rond Arnhem bezocht. De hoogteverschillen, de stromende beekjes met speelse waterelementen, de reusachtige mammoetbomen en de groene bedstee (een reusachtige haagconstructie waar een pad doorheen loopt) doen aan alsof je een sprookje binnen loopt. Een mooie, 15km lange NS-wandelroute vanuit Oosterbeek naar Arnhem, doet deze fraaie gebieden aan. Zéker een bezoekje waard!

Zelf op stap?:

http://www.eropuit.nl/pdf/HemelseBergRoutekaartApril2015.pdf
http://www.eropuit.nl/pdf/HemelseBergSept152016.pdf

Hemelse Berg



 

zaterdag 25 juni 2016

Orchideeën kijken in de Duitse Eifel



Klik op foto's voor vergroting



Onlangs een weekendje wezen kamperen in Schleiden in de Duitse Eifel. Hier zijn in de buurt fraaie natuurgebieden te vinden waar rond half mei diverse soorten orchideeën in bloei staan. Hier een korte impressie.


Roadtrip Duitse Eifel




Bezochte gebieden:

- Sistiger en Krekelerheide
- Gillesbachtal
- Seidenbachtal
- Lamperstal en Alendorfer Kalkriften
- Biesberg


Kaart orchideeëngebieden Duitse Eifel





Sistiger en Krekelerheide
De Sistigerheide herbergt, naast de brede orchis en de
grote keverorchis, 
meer dan 100.000 gevlekte orchissen.
Gelegen vlakbij het dorpje Krekel ligt een complex van schrale graslanden afgewisseld met bos. Soorten als onder andere de groene nachtorchis, bergnachtorchis, welriekende nachtorchis, brede orchis en gevlekte orchis zijn hier volop te vinden.




Tussen de plaatsjes Wahlen en Marmagen stroomt het beekje Gillesbach. De kalkhellingen zijn erg orchrideeënrijk, met soorten als vliegenorchis, welriekende muggenorchis en mannetjesorchis.


Gillesbachtal
Fraaie kalkhellingen met zwartblauwe rapunzel
en diverse orchideeënsoorten
Gillesbachtal
Vliegenorchis
Gillesbachtal
Grote keverorchis en muggenorchis
Gillesbachtal
Bergnachtorchis



Wat onbekender maar zeer de moeite waard is het natuurgebied Seidenbachtal. Komende vanaf de B258 sla je de K69 in in de richting van het plaatsje Nonnenbach. In de verte zie je een fraaie, solitaire treurbeuk staan. Iets verderop langs de weg is een parkeerplaatsje met een informatiebord.


Seidenbachtal
Vogelnestje, gevlekte orchis en brede orchis



Vlakbij het dorpje Alendorf, rijdend over de K43, zie je honderden oude jeneverbesstruiken tegen de hellingen op groeien. Hier tussenin groeien vele orchideeën zoals de vliegenorchis, grote keverorchis en nachtorchissen. Met een beetje geluk stuit je ook op het soldaatje.


Lamperstal en Alendorfer Kalkriften
Bergnachtorchis en wilde akelei op de jeneverbeshellingen

Lamperstal en Alendorfer Kalkriften
Vliegenorchis en wildemanskruid

Lamperstal en Alendorfer Kalkriften
Aangebrande orchis in de omgeving van Alendorf

Lamperstal en Alendorfer Kalkriften
Soldaatje op een berghelling bij Alendorf



Vlak bij het plaatsje Muldenau liggen een aantal fraaie natuurgebieden; de Muschelkalkkuppen. De Biesberg is hier een onderdeel van. Op diverse plaatsen groeien, halfverscholen tussen de struiken, een aantal bokkenorchissen, waarbij de geur de naam van de plant eer aan doet. Ook groeien er vele bijenorchissen op de hellingen.


Biesberg, Muschelkalkkuppen
Mooie vergezichten rond Muldenau

Biesberg, Muschelkalkkuppen
Fraaie kalkhellingen van Biesberg
 
Biesberg, Muschelkalkkuppen
Bokkenorchis ruikt niet naar rozen... integendeel...

Biesberg, Muschelkalkkuppen
Bijenorchis




maandag 16 mei 2016

Gambia 8: Good bye Gambia




Bye bye Gambia

Maandag 9 mei was de laatste vakantiedag. Al vroeg uit de veren voor een heerlijk ontbijt en vervolgens naar het Abuko Nature reserve gegaan. Mijn laatste blik op de prachtige natuur van Gambia. Na afscheid van Mustapha, de vogelgids, met Lamin de laatste duik in zee genomen. En wat voelde ik me rot na afloop, toen ik een man zielloos en met lege handen op het strand achterliet. Hij had geen geld meer om eten te kunnen kopen. (Zie inleiding.) Onderweg naar het hotel zaten twee vrouwen langs de kant die pinda’s verkochten. Ook hun had ik al die dagen afgewimpeld. Ik had immers geen trek in pinda’s. Door schuldgevoel kocht ik nu toch een paar zakjes en omdat ze beiden pinda’s verkochten en geen wisselgeld hadden om met elkaar te kunnen delen, ging mijn laatste 200 Dalasi op aan hun. Lamin, die erbij stond te kijken, begon in een vreemde taal een scheldkanonnade aan hun. Hij vertelde dat beide vrouwen al dagen over mij hadden lopen klagen, omdat ik zogenaamd niets over zou hebben voor de Gambianen. Hij had hun haarfijn de waarheid verteld en dat ze het eigenlijk niet waard waren om geld te krijgen.
Het voelde vreemd om Gambia te verlaten. Ik had in een korte tijd zoveel indrukken opgedaan en het proefde naar meer. Wat zal ik het missen, de korte praatjes met de beveiliging van het hotel, Beachbar Domino’s, het personeel en de reggae nights, de locals, de heerlijke zee, de vogeltripjes met Mustapha en natuurlijk mijn local-broertje Lamin. Aan hem had ik onder andere mijn klamboe gegeven. Voor Gambianen zijn dit soort dingen onbetaalbaar, maar in het regenseizoen o zo handig.’s Avonds laat vertrok het vliegtuig weer naar Nederland. Zal ik ooit nog terugkeren naar Gambia???



De toekomst

Het einde van de toeristenseizoen was in Kotu al aangebroken en veel andere hotels zullen volgen. Dan is het echt moeilijk voor de locals om rond te komen. In juni staat de regentijd voor de deur. Velen zullen soms meer dan 100 tot 200 km het land in trekken om op hun rijstvelden en couscousvelden te gaan werken. Met de komst van de regen steekt ook malaria weer de kop op. Mijn laatste dag was voor velen ook hun laatste dag in de omgeving en ze waren erg bedroefd. Zij hopen weer terug te keren in het nieuwe toeristenseizoen, rond oktober.
Gambia is erg afhankelijk van de import en er wordt weinig geëxporteerd. Dat maakt het land erg arm. Op de één of andere manier lijkt men meer bezig te zijn met de dag van morgen – het overleven – dan met de verdere toekomst. Hoe zonde is het om te horen dat de mango’s van de ontelbare mangobomen grotendeels liggen te rotten onder de bomen, omdat men zelf genoeg heeft. Daar lijkt men geld te laten liggen. Hier en daar loopt wel een kippetje, maar omdat de toerist graag kip eet, wordt veel vlees ingevoerd. Ook de eieren die in de schappen liggen komen uit het buitenland. Gambia is erg afhankelijk van het toerisme. Het zou dan ook goed zijn als het toerismeseizoen langer zou duren dan alleen van oktober tot mei. Verder is Gambia uitermate geschikt om te golfsurfen of kitesurfen. Dat gaat prima samen met reggae-party’s en de surfers schuwen slechter weer wat minder. Helaas hebben de strandtenten zelf geen geld voor dit soort investeringen en zie je dus geen surfers.

Van veel toeristen hoor ik dat ze al vaker in Gambia zijn geweest. Sommigen hebben zelfs een familie geadopteerd. Anderen helpen mee met vrijwilligersorganisaties of doneren goederen aan scholen. De Europese Unie en Westerse bedrijven doen ook meer en meer voor het land. Zo zijn een aantal hoofdwegen in het land met Europees geld opnieuw geasfalteerd, helpen Nederlandse bedrijven met zandsuppletie om de kust te versterken en helpen diverse organisaties mee om scholen te bouwen en het onderwijs te verbeteren. Tijdens de transfer naar het vliegveld bedankte Gambia Nederland dan ook hartelijk voor onze steun.








zondag 15 mei 2016

Gambia 7: De zee geeft en neemt


Gambia heeft schitterende stranden en het hele jaar is het er 30 tot 38 graden. Voor de toerist natuurlijk ideaal en dat brengt weer geld in het laatje. Er wordt verder volop gevist en op de zondagmiddagen is het strand afgeladen vol met locals die hier een potje voetballen of hun workouts komen doen. Het strand en veel hotels worden echter bedreigd door fikse kustafslag. Elk jaar verdwijnt 1 tot 4 meter over de breedte in zee. Ook het hotel waar ik zat, Sunset Beach hotel in Kotu, had al te lijden gehad en hebben de huisjes aan zee afgesloten. Sunset heeft daarnaast ook te maken gehad met dat de monding van de Kotu Creek naar het hotel verschoven is. Binnen 1 nacht tijd zag ik dat een verkoopafdeling van strandwinkeltjes, tegen het hotel aan, was ingestort. De hotels storten betonnen muren en Nederlandse bedrijven helpen hier en daar mee met het opspuiten van het strand. Op een aantal plekken waar dit al eerder was gebeurd, was het opgespoten strand echter binnen twee jaar weer in zee verdwenen.

Sunset Beach hotel hoopt verdere schade en afkalving
te voorkomen door een betonnen wand te storten.
Er wordt zondags veel gevoetbald op het strand.




Gambia 6: Medicine man


Door het vele lopen op ongelijk terrein, soms zelfs blootsvoets over rotsblokken, had Lamin wat last van zijn voet gekregen. In de verte stond een ezel waar hij op af liep. Even later kwam Lamin weer terug met een hand vol uitwerpselen van dit dier. “Medicine”, vertelde hij. Hij begon een vuurtje te stoken en legde de uitwerpselen er bovenop. Toen het begon te roken hield Lamin zijn voet erboven. De rook zou in zijn voet trekken en zijn helende werking verrichten. Met veel moeite kon ik me inhouden om niet te gaan schateren van het lachen! Hoe dan ook, het schijnt een alternatief recept te zijn die door veel Gambianen wordt gebruikt. Het recept moet 7 dagen achter elkaar toegepast worden. Geweldig!

ezelmest als medicijn
Aternatieve geneeswijze:
Men neme ezelmest, legt het in het vuur en houdt er zijn voet boven!





zaterdag 14 mei 2016

Gambia 5: De natuur in






Gambia birdwatching
Bergen afval bij de ingang van Brufut Woods
Mustapha wijst kinderen op de bijzondere natuur van Kampanti
 

Het hoofddoel van Gambia was om de natuur in te trekken. Door de grote variatie aan natuur – savannen, bos, mangroven, moerassen en rijstvelden – komen er zo’n 660 soorten vogels voor. Mijn doel was niet zozeer om als een bezetene zoveel mogelijk soorten te scoren, maar om te genieten van de omgeving en me te richten op natuurfotografie. Lamin nam me vooral op sleeptouw voor wandelingen naar de dichtstbijzijnde natuurgebiedjes, voor shortcuts door het landschap en om de Gambiaanse cultuur te tonen. Mustapha Kassama, van de Gambia Birdwatching Association, een uitmuntende vogelspecialist en een prima excursieleider, nam me mee naar schitterende vogelspots. Alleen al een autoritje is in Gambia een hele belevenis. Hoewel er een aantal goede asfaltwegen zijn – grotendeels mogelijk gemaakt door de EU – zijn de meeste wegen stoffige weggetjes vol gaten, kuilen en uitgesleten geulen – ook in de dorpjes. In de regentijd staat het hier deels blank en buiten het regenseizoen lijkt het bijna een woestijn met hoog opwaaiend stof. Verontrustend vond ik de enorme hoeveelheden afval die vlak buiten de dorpjes gedumpt waren. Hier geen recycling. Hooguit werd er wel afval verbrand. Iets verder de natuur in kon je dan toch echt genieten van de schoonheid van het land. 

Gambia
Nachtzwaluw en verreaux oehoe in Brufut Woods
Western red colobus monkey in Abuko Reserve

Tijdens de vakantie 7 soorten ijsvogels gezien, waaronder:
l.boven: Grey-headed kingfisher (Kampanti)
r.boven: Pied kingfisher (Kotu Creek)
onder: African pygmy kingfisher (Brufut Woodlands)


Een aantal gedane tripjes:

Bijilo National Park: vooral bekend om de vele apen
Brufut Woods: een beschermd halfopen gebied met veel bos. Vooral bijzonder door de uilen en nachtzwaluwen.
Kotu Area: (kaart 1 en 2) op steenworp afstand van het hotel. Zowel door de rijstvelden gelopen als ook een boottochtje gemaakt op de Kotu Creek. Hier is naast de Kotu Bridge een korte natuurtrail.
Abuko Nature reserve: Het eerste beschermde reservaat van Gambia met zowel bos als water waar krokodillen huizen.
Kampanti Rice Fields: een rijstveldencomplex vlakbij Batabut Kantora, zo’n 100km landinwaards. Dit gebied staat bekend om haar vele soorten roofvogels en ook in de droge periode staat hier en daar nog wat water; ideaal voor vogels om hun dorst te lessen.


l.boven: Geelsnavelossenpikker op een ezel (Mandina Ba)
l.onder: Dwergbijeneter (omgeving Kotu Creek)
rechts: De kapgier komt algemeen voor in Gambia

Vogels rond Kotu:
links: Sahelscharrelaar (Abyssinian roller)
r.boven: Westelijke roodsnaveltok (Western red billed hornbill)
r.onder: Zwarte reiger (Egretta ardesiaca) met zijn bijzondere 
vistechniek


Gambia 4: Overleven, respect en vriendschap




Overleven

Het was nog steeds mijn eerste dag in Gambia. Mijn hoofd tolde een beetje van alle indrukken. Ik besloot om vanuit het hotel via de gewone weg naar het strand te lopen. Het was maar een tochtje van honderden meters dus dat zou ik wel overleven. En natuurlijk, de locals kwamen weer vanuit hun hangplekken half onder de bomen tevoorschijn en probeerden op allerlei manieren geld uit mijn zakken te praten. Maar ik hield voet bij stuk en bereikte een pleintje, de doorgang naar zee, met piepkleine winkeltjes waar locals hun zelfgemaakte kleding en houtsnijwerk aan de man probeerden te brengen. Ik liet me overhalen en kocht enkele houten beeldjes; krokodillen en een ijsvogel. Die had ik immers gezien, dus het leek me wel een leuk aandenken. De man sprong een gat in de lucht en ik kreeg als dank een armband. Het toeristenseizoen was nagenoeg afgelopen en de zaken gingen héél slecht, dus elke verkoop was mooi meegenomen. Vervolgens liet ik me verleiden door de charmes van de goedlachse en aardige kleermaakster Mariama en kocht in haar winkeltje uiteindelijk een tafelkleedje. Ook zij was zielsblij. Ondertussen had ik wel trek gekregen en aan het strand werd ik dan ook met open armen ontvangen door Yai, die een heerlijke, tropische fruitsalade wist te maken. Ik was haar enige klant vandaag. Een fruitsalade kostte 200 Dalassi – ongeveer €4,20 – en ik heb me laten vertellen dat een Gambiaan ongeveer 100 Dalassi per dag verdient. Een Gambiaan zou dus nooit zomaar aan het strand iets te eten kunnen kopen. Alle winkeltjes en local restaurantjes zijn dan ook afhankelijk van het toerisme. Zo ook de veelal jonge medewerkers van de hotels die een oogje in het zeil hielden en soms zelfs 14 uur per dag werkten om maar enigszins wat te verdienen. Seizoenswerk van maar enkele maanden.
Het was dan ook een doodsteek voor velen toen er in Afrika Ebola uitbrak. Hoewel Gambia ebola vrij was en de kans om in Nederland door ebola besmet te raken zelfs vele malen groter was, werden wereldwijd vele vluchten geannuleerd. Het toerisme zakte met 60% terug. Operators als Tui bleven echter vliegen op Gambia en zorgden de bevolking een sprankje hoop om toch te kunnen overleven.


Gambia
Elke dag maakte ik wel een praatje met de goedlachse Mariama,
nam ik een fruitsalade bij de charmante Yai en at ik heerlijk bij Dominos

Gambia
Veel vrouwen werken het hele jaar op de akkers om groente te telen
Kinderen die naar school gaan nemen na afloop een frisse duik in de kreek


Respect en Vriendschap


Naast het toonbankje van de ‘Fruitlady’ was de local beach bar en restaurant Dominos. Toen ik hier ’s avonds ging eten, ontmoette ik Katy, de Engelse vrouw van de eigenaar. Zij stak haar handen in het vuur voor de locals; hoe arm de mensen ook waren, hier in Gambia was nagenoeg geen diefstal of criminaliteit. De meeste mensen waren moslim, maar konden gebroederlijk opschieten met de christenen. Ook droegen de meeste vrouwen geen hoofddoekje. De locals konden zich dan wel opdringen, maar zouden je in principe nooit met een vinger aanraken. Dominos zorgde voor werk voor de locals, zoals de vrolijke Amie en had ook afspraken gemaakt met de winkeltjes in de omgeving; voor fruitsalades en verse sappen moest je niet bij Dominos zijn, maar werd je doorverwezen naar de buren. Er straalde passie vanuit en het eten was er heerlijk. Het voelde aan als een alternatieve surftent, zoals het Surfdorp in Scheveningen ook uitstraalde. In de weekenden was het elke avond Reggae Night met dj’s en ik werd meteen uitgenodigd om dit mee te maken. Ook werd ik voorgesteld aan Mustapha Kassama; een professionele vogelgids, met wie ik gedurende mijn vakantie een aantal fraaie vogelexcursies heb gedaan. Dominos werd mijn vaste restaurant. Ik voelde me er prima thuis. Veel locals, degenen die vanuit de hangplekken onder de bomen op mijn afstapten en voor wie ik in het begin een beetje bang was, ontmoette ik hier en het bleken heel aardige mensen te zijn. Ze kenden me meteen bij naam en we hebben gedurende de Reggae Party’s dan ook flink gefeest. De kok van Dominos kwam me persoonlijk bedanken voor mijn steun aan de plaatselijke bevolking. Lamin, die ik hier ook regelmatig ontmoette, was ondertussen een soort broertje van me geworden.