maandag 4 juni 2012

Buizerden ringen



Klik op foto voor vergroting





Tijdens onze jaarlijkse broedvogelinventarisatie op een landgoed waren we weer op een buizerdnest gestuit. Aan de hand van de uitwerpselen onder het nest bepaalden we dat de vogels groot genoeg waren om te ringen voor onderzoek. Gisteravond was het dan zover, op dezelfde datum als vorig jaar. Het weer was donker en miezerachtig en de vraag was dan ook of het wel zou lukken. De buizerd had een groot nest hoog in de top van een slanke els gebouwd. Er waren nauwelijks takken om het klimtouw in aan te brengen; de enige bruikbare was precies onder het nest. Tijdens het klimmen ging de top heen en weer, maar de jonge buizerden bleken over een goed stel zeebenen te beschikken. Door gebrek aan hogere takken kon ik niet in het nest kijken; dan maar voelen waar de jongen zitten. De jongen werden in een tas gedaan en met behulp van het klimtouw werden de jongen naar beneden getransporteerd om geringd te worden. Nadat de gegevens genoteerd waren, werden de jongen weer terug gezet in het nest. Nog een paar weekjes en de buizerden zullen uitvliegen.



 


zondag 3 juni 2012

Libel vers uit het 'ei'

Onlangs stuitte ik 's avonds op een libel die aan het uitkruipen was. De larve van een libel leeft, afhankelijk van de soort, een paar maanden tot meerdere jaren in het water. Ze moet dan 9 tot 16 verschillende stadia doorlopen, voordat ze zich kan veranderen in een libel. In het laatste stadium kruipt de larve het water uit en na enige tijd probeert de jonge libel zich door een scheur op de rug van de larvehuid te worstelen. Vervolgens worden de vleugeltjes met bloed volgepompt en na een paar uur uitharden kiest ze het luchtruim.








Dwalen door de Kalkeifel

Wie er eens een weekendje lekker met de tent opuit wil om rond te struinen door de natuur en te genieten van de bijzondere kalkflora en berglandschappen, zou zeker eens de Kalkeifel moeten bezoeken. Aansluitend op de vakantie naar Bonaire ging ik met een vriend naar de Eifel om onder andere het Gillesbachtal (NSG Hundsrück) en het NSG Lamperstal te bezoeken.


Kon ik in Bonaire bijna niet in slaap komen van de hitte, de Eifel had wel gezorgd voor het andere uiterste; het vroor bijna. De hoge luchtvochtigheid drong diep de tent in en een matje, dikke slaapzak en winterkleding konden er niet voor zorgen dat ik 's ochtends vroeg stijf van de kou wakker werd. In Nederland stonden de eikebomen al volop in blad, hier moesten de knoppen nog ontspruiten. De bloemrijke graslanden lagen er nog wat kaal en dor bij, alhoewel de honderdduizenden sleutelbloemen en paardenbloemen de velden in een gele waas had gekleurd. De eerste vlindertjes vlogen al, waaronder de aardbeivlinder (Pyrgus malvae - zie foto). Ook stonden er een aantal donkergekleurde kegelmorieljes (Morchella conica - zie foto)


Dwalend door de bossen stuitten we op een bijzondere slaapmuis die haar naam eer aan deed om balancerend over dunne twijgjes een hazelaar in te klimmen; de hazelmuis (Muscardinus avellanarius). Ze zal nog wel niet zo lang uit haar winterslaap gekomen zijn, want de hazelmuis houdt wel een winterslaap van 6 maanden!
In juni staat er weer een weekendje kalkeifel gepland. Wie weet wat we dan weer tegen komen.

zaterdag 2 juni 2012

Vakantie Bonaire 21 t/m 29 april 2012

Klik op foto voor vergroting




Bonaire; Kralendijk en Hamlet Oasis resort

Zaterdag 21 april was het dan zover. Met Arke Fly  naar Bonaire gevlogen voor een weekje zon, zee en avontuur. Het is altijd weer bijzonder dat als je uitstapt, je tegen een muur van hitte oploopt en je na een paar passen niet meer verder komt zonder dat er eerst kledingstukken in de rondte gaan vliegen. Op het vliegveld stond een pickup klaar en ik ging op weg naar mijn studiootje in het Hamlet Oasis-resort, even voorbij Kralendijk. Het resort lag tegen zee aan en bestond uit bungalowtjes en studio's in een open tuin. Ook was er een kleine zwembad.



Rond het resort deden meerdere groene kolibries zich tegoed aan de bloemen van de agaves. Naaktoogduiven zochten naar zaden op de grond en de  Poinciana's stonden met hun gele en oranje-rode bloemen te pronken. Ook West-Indische parkieten waren volop aanwezig. Toen ik 's ochtends mijn tas pakte, kroop er een schorpioentje onder vandaan. 



Onder water

Hoewel Bonaire vergeleken met de andere ABC-eilanden relatief rustig is, staat het eiland bekend om haar schitterende snorkel- en duiklocaties. 1 stap het helderblauwe water in en je staat tussen de koraalriffen. De gehele westkust is goed toegankelijk.

Spotted moray, Clown wrasse (juvenielen) en Brittle star

French angelfish, Whitespotted filefish en porcupine

Elkhorncoral en Blade fire coral
Vis: Smallmouthgrunt (horizontale strepen)
French grunt (diagonale strepen) en Queen parrotfish man



Klein Bonaire; helse tocht

Klein Bonaire is een 7 km2 groot eilandje voor de kust van Bonaire. Het is een broedplaats voor zeeschildpadden en het eilandje wordt omgeven door koraalriffen. Grotendeels gefinancierd door Nederland en het WNF kocht de Bonaireaanse regering het eilandje op om het te behoeden tegen commerciële explotatie. De hoop is om het eiland onder te brengen in een national park.

Drieteenstrandloper op klein Bonaire

Vroeg in de ochtend ging ik met de watertaxi naar Klein Bonaire. Het eilandje was begroeid met struiken en cactussen. De kust bestond uit een gedeelte zandstrand, maar voornamelijk uit koraalstrand en scherp vulkanisch gesteente. Ik had het in mijn hoofd gehaald om het eilandje rond te lopen, maar het ongelijke terrein zonder paden en de verzengende hitte maakten de 10km lange tocht bijna ondraaglijk. Op het eilandje waren enkele zoutmeertjes, waar zilverreigers en steltlopertjes liepen te waden. Hevig verbrand keerde ik met de watertaxi terug naar Bonaire en genoot van de overheerlijke tapas in Kralendijk.


Zoutmeren en Lac Bay

De zuidpunt van Bonaire wordt gekenmerkt door de vele zoutmeren. Hier wordt jaarlijks zo'n 300.000 ton zout gewonnen. Dit gebeurt via het natuurlijke verdampingsproces. Een 55ha groot en ontoegankelijk terrein is afgeschermd van de zoutexploitatie. Hier huist 1 van van de grootste flamingokolonies ter wereld. In de broedtijd huizen er zo'n 15.000 flamingo's op het eiland.


Met de pick-up was het heerlijk toeren langs de stille zuidpunt. Op z'n tijd een verkwikkende duik genomen. In de mangrovemoerassen rond Lac Bay huisden vele vogels en rond het Lac, wat door een koraalrif door de woeste zee wordt afgeschermd, zaten veel sterns en reigerachtigen.


Amerikaanse bonbekplevier (linksboven 2x), steenloper (boven), steltkluut (rechtsboven)
Kleine geelpootruiter (linksonder en rechts midden), regenwulp (rechtsonder)

Roodhalsreiger


Slavernij

In 1634 veroverde Nederland Bonaire van Spanje. De laatste indianen vluchtten weg of werden gedood. Vanaf 1685 kwam de opmars van de slavernij, vooral door de zoutwinning. Naast negers werden ook veroordeelde indianen en andere gestraften als slaaf gebruikt. 
In 1837 werden er 1,5 meter hoge slavenhuisjes gebouwd.  Hier sliepen zo'n 5 personen in. Aan het einde van de week hadden de slaven vrijaf en liepen zo'n 6 uur naar Rincon, waar hun gezinnen woonden. Werken in de zoutwinning was voor de 500 slaven niet alleen erg inspannend, ook werden velen blind door de weerkaatsing van de felle zon op het 'witte goud' en moest men werken in de brandende zon. Daarnaast beet het zout diep in handen en voeten. Vanaf 1821 mochten er geen slaven meer worden verhandeld en de slavernij werd in 1863 afgeschaft. 



Woeste westkust


Liggen aan de oostkust de meeste resorts, de westkust is nagenoeg woest en onbegaanbaar. Hier en daar staan huizen met een cactushekwerk. Onverharde paden waaieren tussen de cactussen uiteen om in de knoek (wildernis) te verdwijnen. Ik ben dan ook meerdere keren met de pick-up verdwaald en off the road geweest. Door de harde passaatwind beukt de zee hard tegen het vulkanisch gesteente van de kust. Op de kust heeft het klotsende water en de waterdruppels het gesteente tot messcherpe puntjes uitgesleten.






De stille noordoostkust

De meeste toeristenresorts liggen langs de oostkust rond Kralendijk. Verder naar het noordoosten loopt een oud weggetje over de rotskust naar Lac Goto en Rincon. Het is hier stil en verlaten en op enkele snorkelsites na is het gebied ontoegankelijk door de dichte struikenvegetatie met boomcactussen. Met een zaklantaarn een grot in geklauterd. Het gangenstelsel was hier en daar nauw en had verraderlijke gaten naar dieper gelegen gangen. De stenen bodem maakte plaats voor een soort humusrijke, stinkende laag. Deze was afkomstig van de vele vleermuizen die hier bivakkeerden.



Washington Slagbaai nationaal park

De noordoostelijke punt van Bonaire wordt ingenomen door het Nationaal Park Washington Slagbaai. Het park is 60km2 groot en door de schrale bodem en het gebrek aan neerslag is het terrein grotendeels woestijnachtig, waar immense kandelaarscactussen groeien die wel 12 meter hoog zijn.

Toch huizen er veel vogels. Vooral rond de zoutmeren en de kleine waterbronnetjes. Bijzondere elementen in het gebied zijn o.a. blowholes (spuitgaten), snorkelsites, zoutmeer Slagbaai en een trail naar de hoogste top van Bonaire; de Brandaris (241m)

Klim naar top van Bonaire; Brandaris

Bonairiaanse renhagedis


Lora

De Lora of geelvleugelamazone is de enige papegaaiensoort die van nature (en vrijwel alleen) op Bonaire voorkomt. Vroeger kwamen ze ook op Aruba voor, maar daar zijn ze uitgeroeid. De populatie op Bonaire wordt op ongeveer 300 vogels geschat. Stropers halen nog steeds hun nesten leeg, omdat de boete wanneer ze gepakt worden lager is dan de opbrengst van een verkochte vogel.




Een caracara zocht voedsel tussen de struiken rond de waterbron put Bronswinkel. Ik ging op een grote steen zitten om stabiel te kunnen fotograferen. Een grote leguaan kroop half op mijn schoot; dit was zíjn uitkijkpunt. Ik had de leguaan vriendelijk doch duidelijk verzocht een andere plek uit te kiezen.



Caracara


Tot slot

Het weekje Bonaire was voorbij gevlogen. Hoewel maagdeneiland St. John meer variatie in natuur heeft (trails, nevelwoud, mooiere mangroves, stranden en koraalriffen en woestijnlandschap), is Bonaire zeker de moeite waard. Het mooie Slagbaai nationaalpark, de schitterende onderwaterwereld, de zoutmeren en de rust die er heerst.., de kleine terrasjes met heerlijke gerechten en het feit dat het een rechtstreekse vlucht is vanaf Nederland, maakt het een fijne vakantiebestemming.

maandag 16 april 2012

Spindotters in de Rhoonse Grienden


Klik op foto voor vergroting

De Rhoonse Grienden liggen er weer geel gekleurd bij. Langs de kreekjes, slootjes en tussen de duizenden knotwilgen in dit getijdegebied groeien volop Spindotterbloemen (Caltha palustris subsp. araneosa). Spindotters hebben zich aangepast aan de getijdewerking. De gewone dotterbloem vermeerdert zich door zaad. De zaden van de spindotter worden echter grotendeels weggespoeld door de eb- en vloedwerking van het water. Zij heeft zich aangepast doordat deze forsere plant geknikte stengels heeft waarbij in de oude bladoksels nieuwe blaadjes en wortels ontstaan.Wanneer de oude stengels verteren, blijven de jonge plantjes behouden en worden deze meegevoerd door het water. Zo kan ze zich op nieuwe plekken vestigen.



De Rhoonse Grienden is een complex van wilgenakkers in de buurt van Rotterdam en Barendrecht. De gegraven slootjes en greppels in het gebied lopen door de getijdewerking van de rivier dagelijks onder water. Dijkjes om de akkers heen zorgen ervoor dat het water met vloed de akkers kan bereiken, maar met eb een dun laagje voedselrijk slip achterlaat in het gebied, waardoor de wilgen snel kunnen groeien.
De wilgen in de Rhoonse Grienden worden elke 3 jaar gehakt. Het hout wat vrijkomt wordt onder andere gebruikt voor zinkstukken (matten waarover meestal basalt wordt gestort ter verdediging van oevers) en als voedsel voor olifanten.

dinsdag 10 april 2012

De Vos - Vulpes vulpes

Het LOP werkt dagelijks op landgoederen en in natuurgebieden. In dit soort gebieden komt de vos geregeld voor. Meestal zijn er alleen aanwijzingen zichtbaar dat er een vos aanwezig is; er zijn dan uitwerpselen of prooiresten te vinden. Soms laat de vos zich echter ook zelf zien.
De vos (Vulpes vulpes) is één van de grootste roofdieren van West Europa en behoort tot de hondachtigen. Op IJsland na komt de vos in heel Europa voor. Ook is de vos in Azië, Noord Amerika en in Noord Afrika te vinden. In Australië is hij ingevoerd. Het leefgebied van een vos (territorium) kan zo’n 12 km2 groot zijn. Hierbinnen zoekt hij zijn voedsel (kleine zoogdieren, vogels, insecten en bessen) en brengt hij zijn jongen groot. Het territorium wordt met geursporen op duidelijk zichtbare en ruikbare plaatsen gemarkeerd. Dit gebeurt door urine en uitwerpselen maar ook de voetzolen laten op de grond een geurspoor achter.

 
Vossen zijn voornamelijk in de schemering en ’s nachts actief. Buiten de paartijd leeft de vos meestal alleen (solitair), maar binnen de paartijd en ten tijde van de jongen leven vossen meestal in een groepsverband van zo’n 6 dieren. Hierbij is er 1 dominant mannetje (rekel) en een dominant vrouwtje (moer). De rest zijn vrouwtjesvossen die niet dominant zijn. In het voorjaar worden 4 tot 6 jongen geboren.

Vossen graven zelf een hol (burcht) of vergraven een oud konijnenhol of dassenburcht. Deze bevindt zich vaak tussen wortels of onder een omgevallen boom en heeft zo’n 2 tot 4 ingangen.




 

woensdag 14 maart 2012

Lenteklokjes in bloei

Onlangs ben ik terug geweest naar een landgoed in Dordrecht, waar we een aantal jaar geleden vele stinzenbolletjes hebben aangeplant. 1 van de bolgewassen was het lenteklokje; Leucojum vernum.
Het was erg moeilijk om aan deze originele wilde soort te komen en de kweker liet ze dan ook overkomen uit het Oostblok. Er werd ons afgeraden om deze soort aan te planten, omdat het lenteklokje moeilijk aan zou slaan en moeizaam tot bloei zou komen. Ook mochten de bollen tijdens transport niet uitdrogen en moesten ze direct worden aangeplant. We hadden dan ook het aantal lenteklokjes naar beneden bijgesteld en in 2008 gingen er zo'n 2000 de grond in. De lenteklokjes zijn echter prima tot bloei gekomen en er waren ook vele kimeplantjes te zien. Nu maar hopen dat deze soort zich eeuwen op het landgoed thuisvoelt en kan handhaven.



Leucojum vernum 



Lenteklokje – Leucojum vernum

Het lenteklokje, met haar witte kroonblaadjes en een groen puntje, laat al in februari haar eerste bloemen zien. Ze is moeilijk te kweken en stelt hoge eisen aan de grond. Ze geeft de voorkeur aan een voedselrijke, humeuze leem- of kleigrond. In Nederland werd ze voor het eerst in 1835 aangetroffen. Ze had waarschijnlijk 1 natuurlijke groeiplaats in Twente, maar ze is daar sinds 1916 niet meer aangetroffen. Wel komt ze op een aantal landgoederen in Nederland voor, als stinzenplant. Oorspronkelijk komt het lenteklokje uit berggebieden van Midden Europa.


dinsdag 14 februari 2012

In de ban van ijs

Klik op foto voor vergroting



Zo snel als de winter weer ten einde lijkt, zo snel was het ook begonnen. Vrijdag 3 februari raakte ik met de deelnemers van het LOP ondergesneeuwd en stapvoets op de snelweg blokkeerden we tijdelijk de doorgang omdat een motorrijder vlak voor ons onderuit ging en tijd nodig had om met veel geglibber en geglij zijn rijwiel overeind te krijgen. Zaterdags alweer vroeg uit de veren om de schaatsen onder te binden. Het was kraakhelder en steenkoud, maar was was de wereld in een schitterende deken van rijp gehuld. De sneeuw was wel een kleine domper voor de schaatspret, maar met vereende krachten hebben we sneeuw lopen schuiven om te kunnen ijshockeyen. Het ijs was gitzwart en spekglad; heerlijk! Ook konden weer eindelijk tochten door de polder geschaats worden. Heel Nederland was in de ban van het ijs en leefde in spanning mee met Friesland voor de tocht der tochten. Het ijs was voor de tocht niet dik genoeg, maar Friesland had er wel een mooi geveegd parcour bijgekregen. Zondag heb ik zelf nog de Nieuwkoopse Plassen aangedaan, een schitterend natuurgebied met slootjes, vaarten en meren omgeven met bossen en rietland. Heerlijk om in rond te dwalen.

zondag 12 februari 2012

LOP stuit op kerkuil



Klik op foto's voor vergroting


Het Landschap Onderhoud Project (LOP), een arbeidsproject van DAC Movens te Leiden, is werkzaam op diverse landgoederen en in natuurgebieden in Noord- en Zuid-Holland.
Een tijdje terug pauzeerde de deelnemers in een oude schuur, waar tientallen braakballen, witte uitwerpselen en enkele uilenveren lagen; hier zat een kerkuil! De eigenaar is op de hoogte gesteld met het advies rekening te houden tijdens eventuele renovatie en met het advies om een kerkuilenkast te plaatsen.


De kerkuil is een sierlijke vogel met lange vleugels en poten. Vooral haar hartvormige gezichtssluier is erg kenmerkend voor de soort. Door haar lichte verenkleed valt ze makkelijk op (als ‘spookgedaante’) als ze in de schemering of ’s nachts op jacht gaat naar muizen. Haar prooi lokaliseert ze op gehoor. Kerkuilen broeden in kerktorens, schuren en andere gebouwtjes. Het is een kwetsbare soort; door verdwijnen van kleinschalige landbouw, de grotere verkeersdruk en vooral door het verdwijnen van geschikte broedplaatsen waren er rond 1980 nog maar zo’n 100 paartjes kerkuilen in Nederland. Gelukkig gaat het alweer een stuk beter met de kerkuil. Vele werkgroepen en vrijwilligers hebben maatregelen getroffen, zoals het plaatsen van geschikte nestkasten. Er broeden dan ook weer 2000-3000 paartjes in Nederland.


Braakballen pluizen

Op slaapplaatsen en broedplaatsen van uilen zijn braakballen te vinden. Hierin zitten onverteerbare resten van hun prooidieren, zoals haren, schedels, veertjes en insectenschilden. Uilen produceren gemiddeld 1 tot 2 braakballen per dag.


 
Tijdens een regenachtige dag heeft het LOP enkele braakballen uitgeplozen. Bij gebrek aan een pincet om de schedeltjes er voorzichtig uit te pulken, hebben we de braakballen voorzichtig gebroken en in een bakje met lauw water gelegd. Door flink te roeren, het water een aantal keer af te gieten en te verversen, hielden we enkele schedeltjes, onderkaken en botjes over. De werkgroep werd verdeeld in een notulist, een deelnemer die met behulp van het boek ‘Braakballen Pluizen’ de determinatietabel doornam en enkele deelnemers die met een loep en liniaal de kenmerken van de schedeltjes en kaken bekeken. Aan de hand van de grootte van de schedel, het aantal, de vorm en de stand van de kiezen en tanden en andere kenmerken wisten we wat het diner van de kerkuil de afgelopen dagen was geweest. De uil had zich vooral aan rosse woelmuizen en huismuizen tegoed gedaan, maar ook werden er schedeltjes en kaken van enkele veldmuizen en huisspitsmuizen gevonden.



Volksgeloof, gebruiken en magie

Er werd algemeen gedacht dat wanneer een uil zich ’s avonds liet horen, het de volgende ochtend goed weer zou zijn. Maar men dacht ook dat wanneer een uil dit deed bij het huis van een ziek persoon, deze binnen drie dagen zou komen te overlijden.
In Engeland werd lange tijd geloofd dat verbrande en verpulverde eieren het gezichtsvermogen verbeterde.
Vroeger ving men zangvogeltjes door een uil aan een touw op een tak te plaatsen en de overige takken in te smeren met vogellijm. Vogels kwamen dichterbij en probeerden de uil te verjagen en te irriteren en bleven zo vastkleven aan de lijm.
Uilen werden vroeger ook in verband gebracht met heksen. Heksen zaten op de rug van een uil om zich te verplaatsen. Soms werden uilen ook in brouwsels gebruikt. Doordat uilen geruisloos en spookachtig kunnen vliegen, hun ogen ineens kunnen laten knipperen en hun nek geheel rond kunnen draaien, waren mensen over de hele wereld bang voor uilen.
Ook was men bang voor een uil omdat,  wanneer zij ’s avonds laat werd gezien of tegen de ruiten op botste, iemand zou sterven of verongelukken. Hier zit een kern van waarheid in. Wanneer iedereen ’s nachts rustig lag te slapen, brandde er nog licht bij zieke personen, die maar niet in slaap konden komen. De verlichte ramen trokken volop nachtvlinders en andere insecten aan, waar een uil zich graag tegoed aan deed. Zo zag men dan een uil voor de ramen wieken en soms zelfs tegen de ramen opbotsen. De medische wetenschap was vroeger nog niet zo ver gevorderd, waardoor ernstig zieke personen snel kwamen te overlijden. Zover dacht men natuurlijk niet; de uil was het kwaad.

woensdag 1 februari 2012

Even poetsen

Terwijl wij met deze kou de berenmuts nog eens extra ver over de oren trekken, staan de flamingo's zich nog lekker te poetsen.


Klik op foto voor vergroting